In deze zaak stond de uitleg van een levensverzekering met pensioenclausule centraal, met name de vraag of een nabestaandenpensioen aan een ex-echtgenoot toekomt. Eiser stelde zich op het standpunt dat dit het geval was, terwijl Scildon N.V. dit betwistte.
De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met vonnissen in 2017, waarna het gerechtshof Amsterdam in 2020 een arrest wees. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, waarop Scildon een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering te geven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het voorwaardelijk incidentele beroep werd daarom niet behandeld.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en veroordeelde eiser in de proceskosten, begroot op €3.102,34, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-betaling binnen veertien dagen. Het arrest werd uitgesproken op 5 november 2021 door de raadsheren du Perron, Sieburgh, Lock en Wattendorff.