ECLI:NL:HR:2021:1657
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag accijns
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag accijns over de jaren 2010 en 2011, inclusief een beschikking inzake belastingrente. Na eerdere procedures bij het Gerechtshof Den Haag en een verwijzing naar het Gerechtshof Amsterdam, stelde belanghebbende beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof Amsterdam.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld maar oordeelde dat het middel niet tot vernietiging van het arrest kan leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om het oordeel nader te motiveren, omdat het middel geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad besloot tevens geen proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in stand.
Deze uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.