ECLI:NL:HR:2021:1659

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 november 2021
Publicatiedatum
4 november 2021
Zaaknummer
20/00130
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over kansspelbelasting over juli 2008

Belanghebbende, een besloten vennootschap, voerde een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 december 2019 over de kansspelbelasting die zij had voldaan over juli 2008. Dit betrof het derde geding in cassatie na eerdere vernietigingen en verwijzingen door de Hoge Raad in 2014 en 2017.

De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar deze niet ontvankelijk of gegrond verklaard, waardoor het arrest van het Hof in stand blijft. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering te geven, omdat de beoordeling niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 5 november 2021 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/00130
Datum5 november 2021
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 december 2019, nr. 17/00392 [1] , betreffende het door belanghebbende op aangifte voldane bedrag aan kansspelbelasting over het tijdvak juli 2008.

1.Het eerste en tweede geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 27 juni 2014 [2] is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam [3] , met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest. Bij arrest van de Hoge Raad van 17 maart 2017 [4] is vernietigd de uitspraak van het laatstgenoemde Hof [5] , met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2.Het derde geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door B. Jongmans en D.G. Barmentlo, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Namens partijen is de zaak toegelicht, voor belanghebbende door B. Jongmans, advocaat te Halfweg, en D.G. Barmentlo, advocaat te Amsterdam, voor de Staatssecretaris door C.M. Bergman, advocaat te Den Haag.

3.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021.

Voetnoten

2.Nr. 12/04123, ECLI:NL:HR:2014:1524.
3.Nr. 10/00474, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX1902.
4.Nr. 15/04187, ECLI:NL:HR:2017:441.
5.Nr. 14/00769, ECLI:NL:GHDHA:2015:2118.