Belanghebbende kocht op 16 oktober 2015 een beschadigde personenauto in Duitsland, die op 20 oktober 2015 daar werd geregistreerd en op 4 november 2015 in Nederland werd ingeschreven. Bij de BPM-aangifte ging belanghebbende uit van een gebruikte auto met een kilometerstand van 217, terwijl de auto geen gebruikssporen vertoonde.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM op omdat hij de auto als nieuw beschouwde. Het Hof oordeelde echter dat de auto als gebruikt moest worden aangemerkt, omdat deze schade had die al bij aankoop aanwezig was, ondanks het ontbreken van gebruikssporen.
De Hoge Raad stelde vast dat een gebruikte auto in de zin van de Wet BPM een auto is die daadwerkelijk op de weg in het buitenland is gebruikt. Schade voorafgaand aan de eerste ingebruikname rechtvaardigt niet de conclusie dat de auto gebruikt is geweest. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank dat de auto als nieuw moet worden beschouwd voor de BPM-heffing.
De Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en deed de zaak af in cassatie.