Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
16 november 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een strafzaak over begunstiging bij de Oostburgse cafémoord. Verdachte werd verweten als bestuurder van de vluchtauto te hebben opgetreden, hetgeen valt onder art. 189 lid 1 sub Pro 1 Sr.
De verdediging richtte zich op de bewijsklacht omtrent het opzet van verdachte en voerde aan dat opzet alleen kan worden aangenomen indien verdachte wist dat een misdrijf was gepleegd en dat degene die hij hielp daarbij betrokken was. Tevens werd een beroep gedaan op de strafuitsluitingsgrond van art. 189 lid 3 Sr Pro.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering te geven omdat het niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor begunstiging als bestuurder van de vluchtauto.