ECLI:NL:HR:2021:1674

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 november 2021
Publicatiedatum
11 november 2021
Zaaknummer
20/01163
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 189 lid 1 sub 1 SrArt. 189 lid 3 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak Oostburgse cafémoord begunstiging

De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een strafzaak over begunstiging bij de Oostburgse cafémoord. Verdachte werd verweten als bestuurder van de vluchtauto te hebben opgetreden, hetgeen valt onder art. 189 lid 1 sub Pro 1 Sr.

De verdediging richtte zich op de bewijsklacht omtrent het opzet van verdachte en voerde aan dat opzet alleen kan worden aangenomen indien verdachte wist dat een misdrijf was gepleegd en dat degene die hij hielp daarbij betrokken was. Tevens werd een beroep gedaan op de strafuitsluitingsgrond van art. 189 lid 3 Sr Pro.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering te geven omdat het niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor begunstiging als bestuurder van de vluchtauto.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/01163
Datum16 november 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 maart 2020, nummer 20-000698-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 november 2021.