Uitspraak
gevestigd te Heerenveen,
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Amersfoort,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beantwoording van de prejudiciële vragen
4.Beslissing
in zaak 20/04329:
12 november 2021.
Hoge Raad
Deze prejudiciële beslissing behandelt de vraag of en in hoeverre de rechter ambtshalve moet onderzoeken of bij op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten overeenkomsten aan de informatieplichten van de handelaar is voldaan, en welke sancties bij schending daarvan van toepassing zijn.
De Hoge Raad onderscheidt drie categorieën informatieplichten: (i) plichten met specifieke wettelijke sancties, (ii) essentiële informatieplichten die extra gewicht hebben, en (iii) overige plichten. De rechter moet ambtshalve toetsen aan de eerste twee categorieën en bij niet-naleving een doeltreffende, evenredige en afschrikkende sanctie toepassen, waaronder vernietiging of gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst. Voor de derde categorie geldt geen ambtshalve toetsing.
De Hoge Raad bevestigt dat de sanctie van vernietigbaarheid passend is en dat de consument de keuze heeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te vernietigen. De rechter moet de stellingen en stukken van de handelaar beoordelen en kan de eisende partij in de gelegenheid stellen bewijs te leveren. Hoor en wederhoor zijn vereist bij ambtshalve vernietiging. Uniforme richtlijnen voor de toepassing van sancties worden aanbevolen voor rechtszekerheid.
De Hoge Raad ziet af van beantwoording van vragen over de presentatie van informatie in algemene voorwaarden en op websites en bevestigt dat de regels ook gelden voor dienstenovereenkomsten. De bepaling over het verbod van aanbiedingen buiten de verkoopruimte (art. 6:230u BW) behoeft geen ambtshalve toetsing. De omstandigheid dat een vordering is gecedeerd maakt geen verschil voor de toetsing.
Deze beslissing verduidelijkt de rol van de rechter in consumentenrechtelijke incassoprocedures en waarborgt een evenwicht tussen consumentenbescherming en het concurrentievermogen van het bedrijfsleven.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat de rechter ambtshalve moet toetsen aan essentiële informatieplichten en bij niet-naleving passende sancties moet toepassen, waaronder gedeeltelijke of volledige vernietiging van de overeenkomst.