Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
4.De beoordeling
Verzendkosten
Koopprijs
g. Individuele remedies
Vernietiging wegens een oneerlijke handelspraktijk of dwaling
Rechtbank Noord-Nederland
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van een consument voor een via internet gesloten koopovereenkomst met achteraf betalen. De consument heeft het product behouden maar niet betaald. De kantonrechter constateert dat niet alle wettelijk voorgeschreven precontractuele informatie, zoals over verzendkosten en het geografische adres van de handelaar, is verstrekt of bevestigd.
De kantonrechter bespreekt uitgebreid de toepasselijke wettelijke bepalingen uit Boek 6 BW, met name artikelen 6:230m en 6:230v, die de informatieverplichtingen bij koop op afstand regelen, en de sancties bij niet-naleving daarvan. Er is onduidelijkheid over de civielrechtelijke gevolgen van schending van deze informatieverplichtingen, vooral in verstekzaken waar de consument niet verschijnt.
De rechter overweegt dat ambtshalve vernietiging van de overeenkomst in verstekzaken niet zonder meer passend lijkt, mede omdat de consument niet kan aangeven of hij de overeenkomst wil vernietigen en omdat het ontbreken van informatie niet automatisch betekent dat de consument niet aan de overeenkomst gebonden wil zijn.
Daarom stelt de kantonrechter een uitgebreid aantal prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de reikwijdte van de informatieverplichtingen, de toepasselijke sancties, de mate van ambtshalve toetsing en de gevolgen voor de koopprijs en de vernietiging van de overeenkomst.
De procedure wordt aangehouden en eiseres wordt in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen tot het stellen van deze prejudiciële vragen.
Uitkomst: De kantonrechter houdt de zaak aan en stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de ambtshalve vernietiging van koopovereenkomsten bij schending van informatieverplichtingen.