ECLI:NL:HR:2021:1678
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslag belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. De zaak betreft een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen opgelegd aan belanghebbende.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof wordt bekrachtigd.