ECLI:NL:HR:2021:1686
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof in belastingzaak 2015
Belanghebbende, woonachtig in België, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 december 2020, waarin het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. De zaak betrof de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2015.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde middelen door belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Hiermee is het arrest van het Gerechtshof bekrachtigd en blijft de aanslag inkomstenbelasting 2015 ongewijzigd gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof bevestigd.