Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:1686

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 november 2021
Publicatiedatum
12 november 2021
Zaaknummer
21/00758
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof in belastingzaak 2015

Belanghebbende, woonachtig in België, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 december 2020, waarin het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. De zaak betrof de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2015.

De Hoge Raad heeft de aangevoerde middelen door belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Hiermee is het arrest van het Gerechtshof bekrachtigd en blijft de aanslag inkomstenbelasting 2015 ongewijzigd gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/00758
Datum12 november 2021
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z], België, (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 december 2020, nr. 20/00005 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 18/5810) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen aangevoerd.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2021.