Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
16 november 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van klaagster tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een klaagschrift gericht tegen beslag op de woning van haar echtgenoot. Het beslag was gelegd in het kader van verdenking van witwassen en deelname aan een criminele organisatie. De woning was in overleg met het Openbaar Ministerie verkocht onder de voorwaarde dat de overwaarde op een rekening van het OM zou worden gestort.
De rechtbank had klaagster niet-ontvankelijk verklaard omdat het beslag was geëindigd door een zekerheidstelling op grond van artikel 118a Wetboek van Strafvordering, in samenhang met artikel 134 lid 2 sub a Sv Pro. Klaagster stelde dat dit niet het geval was en maakte bezwaar tegen het beslag.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep is derhalve verworpen.
De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de griffier tijdens een openbare terechtzitting op 16 november 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.