ECLI:NL:HR:2021:1761

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2021
Publicatiedatum
25 november 2021
Zaaknummer
20/02919
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en bevestigt rechtbankbeslissing inzake onroerendezaakbelasting 2017

Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een aanslag onroerendezaakbelasting over 2017.

Belanghebbende had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep ongegrond te verklaren, maar de Hoge Raad volgde dit niet en verklaarde het beroep gegrond.

De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De beslissing werd genomen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Koopman. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Het arrest sluit aan bij een eerder arrest met nummer 20/02917, waarvan de gronden integraal van toepassing zijn verklaard. De zaak betreft de juridische beoordeling van een belastingaanslag onroerendezaakbelasting over een specifiek perceel in 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep is gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/02919
Datum26 november 2021
ARREST
in de zaak van
het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING OOST-BRABANT
tegen
[X2] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 juli 2020, nr. 19/00697, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. SHE 18/224) betreffende een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente [...] voor het jaar 2017 betreffende de onroerende zaak [b-straat 1] te [Z].

1.Geding in cassatie

Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (hierna: het Bestuur), vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 4 augustus 2021 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [1]
Het Bestuur heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de klacht

De klacht slaagt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/02917 (ECLI:NL:HR:2021:1667), waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, M.T. Boerlage en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2021.