ECLI:NL:HR:2021:1765

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2021
Publicatiedatum
25 november 2021
Zaaknummer
20/02924
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt hofuitspraak inzake onroerendezaakbelasting 2017

Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over een aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2017 betreffende een onroerende zaak te [Z]. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep ongegrond te verklaren. De Hoge Raad overwoog dat de klacht van het bestuur slaagde op de gronden vermeld in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2021:1667).

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vijf raadsheren van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2021.

Deze uitspraak betreft een bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke kwestie omtrent de rechtmatigheid van een aanslag onroerendezaakbelasting, waarbij de Hoge Raad de lagere rechterlijke beslissing bevestigde en het hoger beroep van het bestuur verwierp.

Uitkomst: Hoge Raad verklaart beroep gegrond, vernietigt hofuitspraak en bevestigt rechtbankuitspraak inzake aanslag onroerendezaakbelasting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/02924
Datum26 november 2021
ARREST
in de zaak van
het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING OOST-BRABANT
tegen
[X6] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 juli 2020, nr. 19/00693, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. SHE 18/207) betreffende een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente [...] voor het jaar 2017 betreffende de onroerende zaak [f-straat 1] te [Z].

1.Geding in cassatie

Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (hierna: het Bestuur), vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 4 augustus 2021 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [1]
Het Bestuur heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de klacht

De klacht slaagt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/02917 (ECLI:NL:HR:2021:1667), waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, M.T. Boerlage en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2021.