ECLI:NL:HR:2021:1771

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2021
Publicatiedatum
25 november 2021
Zaaknummer
20/02928
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en bevestigt rechtbank in onroerendezaakbelastingzaak

Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een aan belanghebbende opgelegde aanslag onroerendezaakbelasting over 2017.

De Hoge Raad oordeelde dat de klacht van het bestuur gegrond is, mede op basis van een gerelateerd arrest (ECLI:NL:HR:2021:1667). Hierdoor werd het arrest van het hof vernietigd en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

De Advocaat-Generaal had eerder geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep, maar de Hoge Raad volgde dit niet. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Het geschil betrof de aanslag onroerendezaakbelasting voor een onroerende zaak te [Z], waarbij het hof een uitspraak had gedaan die door het bestuur werd bestreden. De Hoge Raad gaf hiermee een definitief oordeel in deze belastingzaak.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/02928
Datum26 november 2021
ARREST
in de zaak van
het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING OOST-BRABANT
tegen
de VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [X10] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 juli 2020, nr. 19/00699, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. SHE 18/336) betreffende een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente [...] voor het jaar 2017 betreffende de onroerende zaak [j-straat 1] te [Z].

1.Geding in cassatie

Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (hierna: het Bestuur), vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 4 augustus 2021 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [1]
Het Bestuur heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de klacht

De klacht slaagt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/02917 (ECLI:NL:HR:2021:1667), waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, M.T. Boerlage en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2021.