Uitspraak
1.De uitspraak van de rechtbank
2.Procesverloop in cassatie
3.Beoordeling van het cassatiemiddel
4.Beslissing
30 november 2021.
Hoge Raad
De rechtbank Gelderland verklaarde de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Albanië toelaatbaar ter uitvoering van een strafrechtelijke veroordeling voor fraude, opgelegd door de rechtbank in Tirana. De opgeëiste persoon stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De advocaat-generaal adviseerde tot gedeeltelijke vernietiging van het bestreden vonnis, met behoud van de uitlevering onder de voorwaarden die de rechtbank stelde. De Hoge Raad beoordeelde de klachten van de opgeëiste persoon, maar vond deze onvoldoende om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen.
De Hoge Raad besloot het beroep te verwerpen zonder nadere motivering, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Daarmee blijft de uitlevering aan Albanië voor de fraudeveroordeling in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de uitlevering voor de fraudeveroordeling.