Uitspraak
kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
gevestigd te Gouda,
2.Uitgangspunten en feiten
Definities
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
3 december 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of een bankgarantie met een vervaltermijn kan worden aangemerkt als vervangende zekerheid in de zin van artikel 7:768 lid 3 BW Pro, dat ziet op de borgstelling bij aanneming van werk voor de bouw van woningen. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof Amsterdam dat de bankgarantie, vanwege de korte looptijd en de voorwaarde dat deze slechts kon worden ingeroepen na een bindende uitspraak in een procedure, niet gelijkwaardig was aan het depot dat de notaris beheerde.
De feiten betroffen een kantoorpand dat werd gesplitst in elf appartementsrechten, waarvoor aannemingsovereenkomsten met een modelcontract van Woningborg werden gesloten. De algemene voorwaarden voorzagen in een 5%-regeling waarbij een deel van de aanneemsom in depot bij de notaris werd gestort, tenzij een bankgarantie werd gesteld. De notaris accepteerde een bankgarantie met een vervaltermijn tot 1 juni 2016, terwijl het aannemingsbedrijf failliet ging voordat het gebouw was afgebouwd.
Woningborg vorderde dat de notaris werd veroordeeld wegens schending van zijn zorgplicht. Het hof oordeelde dat de bankgarantie niet voldeed aan de eisen van vervangende zekerheid, omdat de voorwaarden waaronder zij kon worden ingeroepen praktisch onhaalbaar waren. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de notaris en bevestigde dat de bankgarantie niet gelijkwaardig was aan het depot, mede gelet op de consumentenbeschermende strekking van de wet en de eisen van artikel 6:51 BW Pro.
De Hoge Raad legde uit dat de vervangende zekerheid dezelfde mate van zekerheid moet bieden als het depot en dat de bankgarantie in dezelfde gevallen en onder dezelfde voorwaarden inroepbaar moet zijn. De uitspraak bevestigt de bescherming van particuliere opdrachtgevers bij nieuwbouwwoningen en benadrukt de zorgplicht van de notaris bij het beoordelen van bankgaranties als vervangende zekerheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de notaris wordt verworpen en de notaris wordt veroordeeld tot betaling van de schade wegens schending van zijn zorgplicht.