AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake onrechtmatige daad gemeente bij wegbestemmen woning
In deze zaak vorderen eisers schadevergoeding wegens een onrechtmatige daad van de gemeente Borne, die hun woning heeft wegbestemd. De procedure kent een lange voorgeschiedenis met eerdere arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en een eerdere uitspraak van de Hoge Raad in 2017. Eisers stelden dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door hun woning onterecht wegbestemd te hebben.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eisers beoordeeld en geoordeeld dat de klachten tegen de arresten van het hof niet leiden tot vernietiging. De Hoge Raad ziet geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 ROPro.
Het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van de gemeente behoeft geen behandeling omdat het principale beroep is verworpen. De Hoge Raad veroordeelt eisers in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen van het gerechtshof en sluit het geschil af in het nadeel van eisers.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en de eerdere arresten worden bevestigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01849
Datum3 december 2021
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],
2. [eiser 2],
3. [eiseres 3],
4. [eiseres 4],
5. [eiser 5],
6. [eiseres 6], allen wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J. den Hoed,
tegen
GEMEENTE BORNE, zetelende te Borne,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: de Gemeente,
advocaat: J.F. de Groot.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
de arresten in de zaak 200.231.394/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 maart 2018, 9 juli 2019 en 17 maart 2020.
[eisers] hebben beroep in cassatie ingesteld tegen de arresten van 9 juli 2019 en 17 maart 2020.
De Gemeente heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Gemeente mede door R.G. Bloemberg.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van de arresten van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 3 december 2021.