ECLI:NL:HR:2021:1812
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Wettelijke rente over proceskostenvergoeding bij niet tijdige uitspraak bezwaar
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake een verzoek om toekenning van een dwangsom wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. De Hoge Raad heeft het beroep gegrond verklaard op de gronden vermeld in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2021:1707).
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest uitsluitend voor zover het betrekking heeft op de wettelijke rente over de proceskostenvergoeding van €1.068. De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam en de Minister voor Rechtsbescherming zijn elk gehouden wettelijke rente over een bedrag van €534 te betalen vanaf 9 februari 2021 tot de dag van volledige voldoening.
Daarnaast worden zowel het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam als de Minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €67 en de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op €748 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Dit arrest is op 3 december 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat de gemeente Amsterdam en de Minister wettelijke rente over de proceskostenvergoeding vanaf 9 februari 2021 verschuldigd zijn en veroordeelt hen in de proceskosten.