ECLI:NL:HR:2021:182

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 februari 2021
Publicatiedatum
4 februari 2021
Zaaknummer
19/03963
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over gebruik gehuurde bedrijfsruimte in strijd met bestemming

In deze zaak heeft de verhuurder beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 28 mei 2019, waarin het hof oordeelde over het gebruik van gehuurde bedrijfsruimte dat in strijd zou zijn met de overeengekomen bestemming. De Hoge Raad verwijst naar het procesverloop bij de lagere instanties, waaronder het vonnis van de kantonrechter Amsterdam van 11 april 2017 en eerdere arresten van het hof.

De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten van de verhuurder beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en veroordeelt de verhuurder tot betaling van de proceskosten in cassatie, bestaande uit verschotten en salaris advocaat, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. Het arrest is gewezen door de raadsheren van de Civiele Kamer en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verhuurder wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/03963
Datum5 februari 2021
ARREST
In de zaak van
[de verhuurder],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [de verhuurder],
advocaat: aanvankelijk M.E.M.G. Peletier, thans J.W. de Jong,
tegen
1. [verweerster 1] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerders],
advocaat: B.T.M. van der Wiel.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak 4760627 CV EXPL 16-2670 van de kantonrechter te Amsterdam van 11 april 2017;
de arresten in de zaak 200.216.607/01 van het gerechtshof Amsterdam van 12 september 2017 en 28 mei 2019.
[de verhuurder] heeft tegen het arrest van het hof van 28 mei 2019 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [verweerders] mede door T. van Tatenhove.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de verhuurder] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [de verhuurder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de verhuurder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
5 februari 2021.