Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[X] V.O.F., gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[vennoot 1], wonend te [woonplaats] ,
[vennoot 2], wonend te [woonplaats] ,
[vennoot 3], wonend te [woonplaats] ,
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat de vraag centraal of de huurder tekort is geschoten door het gebruik van de bedrijfsruimte voor de verkoop van souvenirs naast tabak en het gebruik van de eerste verdieping als woonruimte, en of de verhuurder terecht de huurovereenkomst heeft opgezegd.
De huurovereenkomst uit 2001 bepaalde dat de ruimte uitsluitend voor detailhandelsverkoop van tabak en rokersbenodigdheden mocht worden gebruikt. Uit uitgebreide verklaringen en facturen blijkt dat ook al vóór 2001 souvenirs werden verkocht en de eerste verdieping als woning werd gebruikt, zonder bezwaar van de toenmalige verhuurder. De huurder mocht daarom redelijkerwijs aannemen dat dit gebruik was toegestaan.
De verhuurder stelde dat de huurder tekort was geschoten en zei de overeenkomst op wegens slechte bedrijfsvoering, dringend eigen gebruik en belangenafweging. Het hof oordeelde dat de verhuurder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de renovatie zonder beëindiging van de huur niet mogelijk was en dat de belangenafweging niet in zijn voordeel uitviel.
Het hof vernietigde het vonnis dat de huurovereenkomst ontbond en wees de vorderingen van de verhuurder af. De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Het arrest bevestigt dat bij afwijkingen van de contractuele bestemming in huurovereenkomsten overleg en redelijke termijn voor aanpassing vereist zijn.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ontbinding van de huurovereenkomst en wijst de vorderingen van de verhuurder af.