Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep dat is ingesteld door de klager [klager 2]
3. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de overige klagers zijn ingediend
4.Beslissing
7 december 2021.
Hoge Raad
In deze zaak hebben meerdere klagers cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland die betrekking had op een klaagschrift ex artikel 552a Sv over de teruggave van voorwerpen die onder klagers in beslag waren genomen in het kader van een rechtshulpverzoek van Roemeense autoriteiten.
Namens één klager zijn geen cassatiemiddelen ingediend, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Voor de overige klagers heeft een advocaat schriftuur met cassatiemiddelen ingediend, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze schriftuur niet tijdig was ingediend, zodat ook dit beroep niet in behandeling kon worden genomen.
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak kunnen leiden. De Hoge Raad motiveert dit niet nader omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad verklaart het beroep van de ene klager niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep van de overige klagers, waarmee de beschikking van de rechtbank Gelderland in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van één klager is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van de overige klagers is verworpen.