ECLI:NL:HR:2021:1834

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2021
Publicatiedatum
6 december 2021
Zaaknummer
21/02100
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen uitleveringsuitspraak naar Turkije wegens handel in verdovende middelen

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 april 2021, waarin de uitlevering van de opgeëiste persoon naar Turkije werd toegestaan op grond van verdenking van handel in verdovende of stimulerende middelen.

De opgeëiste persoon, vertegenwoordigd door advocaat T.M.D. Buruma, stelde een cassatiemiddel voor. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep, waarop de raadsvrouw van de opgeëiste persoon schriftelijk reageerde.

De Hoge Raad heeft de klachten over het oordeel van de rechtbank beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad motiveert dit niet inhoudelijk omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest is gewezen door vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers en uitgesproken op 7 december 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan Turkije wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02100 U
Datum7 december 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 april 2021, nummer [001], op een verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de opgeëiste persoon.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft T.M.D. Buruma, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de opgeëiste persoon heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 december 2021.