ECLI:NL:HR:2021:1839

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2021
Publicatiedatum
7 december 2021
Zaaknummer
20/02162
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 81 lid 1 ROArt. 588.3.c Sv (oud)Art. 588a.1.c Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in diefstalzaak wegens art. 81 lid 1 RO

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag in een diefstalzaak. Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld, waarna hij cassatie instelde. De advocaat van verdachte diende een cassatiemiddel in, waarop de advocaat-generaal tot verwerping van het beroep concludeerde.

De Hoge Raad heeft de klachten van het cassatiemiddel beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is de Hoge Raad niet verplicht een motivering te geven voor het oordeel, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02162
Datum7 december 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 3 mei 2017, nummer 22-005155-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 december 2021.