Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 december 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag in een diefstalzaak. Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld, waarna hij cassatie instelde. De advocaat van verdachte diende een cassatiemiddel in, waarop de advocaat-generaal tot verwerping van het beroep concludeerde.
De Hoge Raad heeft de klachten van het cassatiemiddel beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is de Hoge Raad niet verplicht een motivering te geven voor het oordeel, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.