ECLI:NL:HR:2021:1864

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2021
Publicatiedatum
9 december 2021
Zaaknummer
19/05586
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1.3.a EVOA
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake classificatie produced water onder Marpol-verdrag

In deze zaak heeft het openbaar ministerie cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin werd geoordeeld dat de tenlastegelegde stof, produced water afkomstig uit Angola, valt onder het Marpol-verdrag en daarom is uitgezonderd van de werking van de EVOA op grond van artikel 1.3.a.

De raadsman van de verdachte heeft het cassatieberoep van het OM bestreden, terwijl de advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van het OM beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.

De Hoge Raad heeft daarbij verwezen naar een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2021:1862) en heeft op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie besloten niet in te gaan op vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 14 december 2021, waarbij het cassatieberoep is verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het openbaar ministerie is verworpen, het hofarrest blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/05586 E
Datum14 december 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag, economische kamer, van 27 november 2019, nummer 22-005089-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de verdachte, D.R. Doorenbos, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het - mede gelet op het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 19/05584, ECLI:NL:HR:2021:1862 - namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 december 2021.