ECLI:NL:HR:2021:1867
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan bevoegdheid
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van A.F.M.J. Verhoeven tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2021 beoordeeld. Het beroep was ingesteld namens een partij, maar de indiener kon geen geldige machtiging overleggen die het instellen van het beroep in cassatie dekte.
De griffier van de Hoge Raad had de indiener verzocht binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit de bevoegdheid bleek, maar de overgelegde machtiging voldeed niet. Daarom oordeelde de Hoge Raad dat de indiener niet bevoegd was om het beroep in cassatie in te dienen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 10 december 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging.