ECLI:NL:HR:2021:1876

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2021
Publicatiedatum
10 december 2021
Zaaknummer
20/01828
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Verordening (EG) nr. 273/2004Art. 2.a Wet voorkoming misbruik chemicaliën
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad schorst cassatieberoep en stelt prejudiciële vragen over meldplicht drugsprecursoren

In deze zaak heeft het openbaar ministerie cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte was vrijgesproken wegens het niet voldoen aan de meldplicht van grote hoeveelheden drugsprecursoren zoals opgenomen in art. 8 van Pro Verordening (EG) nr. 273/2004 en art. 2.a van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep geschorst en prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van de meldplicht in art. 8, eerste lid, van Verordening 273/2004. Dit volgt op een samenhangende zaak waarin de Hoge Raad eveneens prejudiciële vragen heeft ingediend.

Omdat de beantwoording van deze vragen essentieel is voor de beoordeling van het cassatieberoep, heeft de Hoge Raad besloten iedere verdere beslissing aan te houden totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan.

Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 14 december 2021.

Uitkomst: De Hoge Raad schorst het cassatieberoep en houdt de beslissing aan in afwachting van een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/01828
Datum14 december 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 juni 2020, nummer 20-001388-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft ertoe geconcludeerd dat de Hoge Raad de behandeling van het cassatieberoep schorst en vragen van uitleg, verband houdende met art. 8, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 273/2004, stelt aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

2.Verzoek om een prejudiciële beslissing

In de samenhangende zaak 20/01829 heeft de Hoge Raad bij arrest van 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1841, bij het Hof van Justitie van de Europese Unie een verzoek ingediend uitspraak te doen over de in dat arrest geformuleerde prejudiciële vragen.
Omdat de beantwoording van die vragen door het Hof van Justitie van de Europese Unie van belang is voor de beoordeling van het cassatieberoep in deze zaak, zal de Hoge Raad ook in deze zaak iedere verdere beslissing aanhouden.

3.Beslissing

De Hoge Raad houdt iedere verdere beslissing aan totdat het Hof van Justitie van de Europese Unie in voormelde samenhangende zaak naar aanleiding van het daarin omschreven verzoek uitspraak zal hebben gedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien, M.J. Borgers, M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 december 2021.