Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Verzoek om een prejudiciële beslissing
3.Beslissing
14 december 2021.
Hoge Raad
In deze zaak heeft het openbaar ministerie cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte was vrijgesproken wegens het niet voldoen aan de meldplicht van grote hoeveelheden drugsprecursoren zoals opgenomen in art. 8 van Pro Verordening (EG) nr. 273/2004 en art. 2.a van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep geschorst en prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van de meldplicht in art. 8, eerste lid, van Verordening 273/2004. Dit volgt op een samenhangende zaak waarin de Hoge Raad eveneens prejudiciële vragen heeft ingediend.
Omdat de beantwoording van deze vragen essentieel is voor de beoordeling van het cassatieberoep, heeft de Hoge Raad besloten iedere verdere beslissing aan te houden totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan.
Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 14 december 2021.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst het cassatieberoep en houdt de beslissing aan in afwachting van een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.