ECLI:NL:PHR:2023:392
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat betrokkenheid bij illegale handel geen marktdeelnemerschap is onder EU-verordening 273/2004
De zaak betreft een verdachte die door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch is veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingshandelingen van drugsmisdrijven, maar vrijgesproken van het niet naleven van de kennisgevingsplicht onder artikel 8 van Pro verordening nr. 273/2004. De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van het begrip ‘marktdeelnemer’ in deze verordening, met name of personen die betrokken zijn bij illegale handel in geregistreerde stoffen ook als marktdeelnemers moeten worden beschouwd.
Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat het begrip ‘marktdeelnemer’ beperkt moet worden uitgelegd tot personen die betrokken zijn bij het in de handel brengen van geregistreerde stoffen binnen een legaal kader. Personen die handelen in het kader van illegale activiteiten vallen niet onder deze definitie en zijn daarom niet gehouden aan de kennisgevingsplicht. De Hoge Raad heeft dit arrest overgenomen en verklaart dat de verdachte geen marktdeelnemer is in de zin van de verordening, waardoor de vrijspraak voor het niet naleven van de kennisgevingsplicht terecht is.
De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad strekt tot verwerping van het cassatieberoep. Tevens is overwogen dat de redelijke termijn in de cassatiefase niet is overschreden vanwege de complexiteit en de prejudiciële procedure. De zaak benadrukt de scheiding tussen strafrechtelijke bepalingen die illegale handel bestraffen en de regulerende verordening die alleen ziet op de legale handel in geregistreerde stoffen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; verdachte is geen marktdeelnemer en vrijspraak voor niet naleven kennisgevingsplicht blijft in stand.