ECLI:NL:HR:2021:1894
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan machtiging
De Hoge Raad behandelde het beroep in cassatie ingesteld door A.F.M.J. Verhoeven tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2021. De Hoge Raad stelde vast dat het beroepschrift was ingediend namens een derde partij, waarvoor een bewijs van machtiging was vereist.
De griffier van de Hoge Raad verzocht de indiener binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit de bevoegdheid bleek om het beroep in cassatie in te stellen. Hoewel een machtiging werd overgelegd, bleek deze niet te omvatten het instellen van het beroep in cassatie. Hierdoor concludeerde de Hoge Raad dat de indiener niet bevoegd was.
Op grond hiervan verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging.