ECLI:NL:HR:2021:1925
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
De Hoge Raad behandelde het beroep in cassatie van A.F.M.J. Verhoeven tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De griffier had de indiener bij brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Deze brief werd afgeleverd op het opgegeven adres.
Het griffierecht werd echter niet betaald. De griffier gaf de indiener vervolgens de gelegenheid om via het digitale dossier een verklaring te geven voor het niet betalen. De reactie van de indiener bood geen geldige reden om het verzuim te verontschuldigen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht werd het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd door de vice-president en twee raadsheren gewezen en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.