Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
21 december 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 oktober 2020, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Betrokkene werd verweten voordeel te hebben verkregen door middel van valsheid in geschrift en een soortgelijk feit in het kader van vastgoedfraude.
De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada. Het beroep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft en de ontnemingsvordering gehandhaafd wordt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest betreffende ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel blijft in stand.