Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:1950

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 december 2021
Publicatiedatum
22 december 2021
Zaaknummer
20/01019
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:305a oud BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over onrechtmatige daad door printerfabrikant met dynamische beveiliging

De Stichting 123inkt-Huismerk Klanten stelde dat HP c.s. onrechtmatig handelt door in hun printers software met dynamische beveiliging te installeren, waardoor inktpatronen van andere leveranciers worden geweigerd of foutmeldingen geven. Dit leidde tot een collectieve actie op grond van artikel 3:305a oud BW.

De zaak werd behandeld door de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam, waarbij het hof het standpunt van HP c.s. bevestigde. De Stichting stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad, die tevens een incidenteel beroep van HP c.s. ontving.

De Hoge Raad heeft de klachten van beide partijen beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het arrest van het hof kunnen leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad wees de beroepen af en veroordeelde beide partijen in de proceskosten. Hiermee blijft het oordeel van het hof dat het handelen van HP c.s. niet onrechtmatig is, in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel dat het gebruik van dynamische beveiliging door HP c.s. niet onrechtmatig is.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01019
Datum24 december 2021
ARREST
In de zaak van
STICHTING 123INKT-HUISMERK KLANTEN,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de Stichting,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
1. HP NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
2. de rechtspersoon naar vreemd recht HP INC.,
gevestigd te Palo Alto, Californië, Verenigde Staten van Amerika,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: HP c.s.,
advocaat: A.M. van Aerde.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/13/620175/ HA ZA 16-1241 van de rechtbank Amsterdam van 27 december 2017;
het arrest in de zaak 200.237.056/01 van het gerechtshof Amsterdam van 17 december 2019.
De Stichting heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
HP c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Stichting mede door Th.C.J.A. van Engelen en voor HP c.s. mede door N.M. Bilderbeek.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het principaal en incidenteel cassatieberoep.

2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HP c.s. begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Stichting deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;

in het incidentele beroep:

  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt HP c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien HP c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
24 december 2021.