Conclusie
softwaremet ‘
dynamic security’ te installeren en actief te houden, die tot gevolg heeft dat inktpatronen (
cartridges) van andere leveranciers in deze printers worden geweigerd en/of een foutmelding opleveren. De Stichting komt in cassatie met een reeks klachten op tegen de beslissing dat het gebruik van deze
dynamic securityniet aan HP wordt verboden. De Stichting bestrijdt ook de vaststelling dat zij in dit geding niet (mede) optreedt als collectieve belangenbehartiger in de zin van art. 3:305a (oud) BW.
1.Feiten en procesverloop
softwaregeprogrammeerd die de printer aanstuurt en controles uitvoert betreffende de werking van het apparaat (zgn. ‘
firmware’). [3] Deze
firmwarewordt, na verkregen toestemming van de gebruiker, regelmatig automatisch of handmatig ververst (‘geüpdatet’). Onderdeel van de door HP gebruikte
firmwareis een authenticatiemethode die aan de hand van op de cartridges aangebrachte
chipsde herkomst herkent van een cartridge die in de HP-printer wordt geplaatst. Meer in het bijzonder wordt vastgesteld of de cartridge afkomstig is van HP. Deze
chipsverzenden bij de authenticatie een geheime code aan de printer. Zonder die code werkt de printer niet. Van ieder model HP-printer blijkt de geheime code in de praktijk vroeg of laat te worden achterhaald door middel van ‘
reverse engineering’, waarna voor anderen de weg open ligt om cartridges op de markt te brengen voor gebruik in het desbetreffende model HP-printer. Om dit te bemoeilijken is HP op een gegeven moment ertoe overgegaan, de geheime code periodiek te wijzigen. Een authenticatiemethode die met periodiek veranderende parameters werkt wordt '
dynamic security' genoemd.
dynamic securityuitgerust. In printers die vóór maart 2015 door HP zijn gefabriceerd was
dynamic securitynog niet voorgeprogrammeerd. Indien ten aanzien van laatstgenoemde HP-printers de
firmwarena maart 2015 is geüpdatet, is daarmee
dynamic securityalsnog in de printer geïnstalleerd.
firmwarevan HP-printers die toen
dynamic securitybevatten, automatisch de parameters voor authenticatie aangepast, aan de hand waarvan de herkomst wordt gecontroleerd van cartridges die in de printer worden geplaatst. Als gevolg daarvan was het vanaf dat moment − behoudens enkele hier niet ter zake doende uitzonderingen − niet meer mogelijk in die printers cartridges te gebruiken die niet van HP afkomstig waren. Ook door Digital Revolution via haar webwinkel verkochte cartridges van het 123inkt-huismerk werden door deze blokkade getroffen. Gebruikers van printers met cartridges die door deze blokkade werden getroffen kregen een foutmelding met de tekst: “Probleem met cartridge”.
updatesdaarvan, voor een aantal met name genoemde modellen HP-printers, als gevolg waarvan het gebruik van cartridges van het 123inkt-huismerk in die printers geblokkeerd, bemoeilijkt of gehinderd wordt. Voor zover deze vorderingen niet overdraagbaar of niet overgedragen zijn, geeft de klant in de Deelnemersovereenkomst aan de Stichting last en volmacht om de vorderingen op eigen naam en voor eigen rekening en risico (in en buiten rechte) te innen. De klanten die een dergelijke Deelnemersovereenkomst met de Stichting hebben gesloten worden in de gedingstukken en hierna ‘de Deelnemers’ genoemd.
dynamic securityuit de
firmwarevan de printer verwijdert, zodat cartridges van (onder meer) 123inkt-huismerk weer in die printer kunnen worden gebruikt. Deze software wordt de ‘
roll back'genoemd. Vanaf september 2017 heeft HP bij
updatesvan de
firmwarein de getroffen printers actief het onderdeel
dynamic securityverwijderd, zodat het uitvoeren van de
roll backniet meer nodig is om de printer te laten functioneren met cartridges van 123inkt-huismerk.
roll backgeen belang meer hebben bij het gevorderde, wat betreft de HP-printers die zij hebben aangeschaft. Ten aanzien van in de toekomst eventueel door hen nog aan te schaffen HP-printers, was de rechtbank van oordeel dat de vordering te weinig gespecificeerd is om te kunnen worden toegewezen. Ter zitting in eerste aanleg had de Stichting gesteld dat zij ook moet worden aangemerkt als een collectieve belangenbehartiger als bedoeld in art. 3:305a (oud) BW. De rechtbank verwierp dat standpunt (rov. 4.6 Rb). Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding was de rechtbank van oordeel dat de Stichting niet heeft voldaan aan haar stelplicht (rov. 4.7 – 4.8 Rb).
updateeen waarschuwing of foutmelding afgeeft indien een niet van HP afkomstige cartridge in een HP-printer wordt gebruikt. De door de Stichting gevorderde verboden zijn te ruim geformuleerd om te worden toegewezen (zie rov. 3.4).
dynamic securityin HP-printers wordt verboden, heeft de Stichting volgens het hof daarbij onvoldoende belang, voor zover dat verbod de vóór 1 december 2016 vervaardigde HP-printers betreft, omdat HP de installatie van
dynamic securityin die printers al ongedaan heeft gemaakt en er geen reële dreiging bestaat dat HP daarin opnieuw
dynamic securityzal gebruiken (zie rov. 3.5). Wat betreft de HP-printers die na 1 december 2016 zijn vervaardigd, heeft HP zich het recht voorbehouden om
dynamic securityte blijven gebruiken. Toch kan het gevorderde verbod niet worden toegewezen. De Stichting treedt in dit geding niet op als collectieve belangenbehartiger van de klanten (in de zin van art. 3:305a (oud) BW); zij treedt slechts op als rechtsopvolger ten aanzien van de vorderingen die de Deelnemers aan de Stichting hebben overgedragen, dan wel als gevolmachtigde (lasthebber) van de Deelnemers voor handelingen waarvoor de Deelnemers haar een volmacht tot inning hebben gegeven. Daaronder valt niet het instellen van een vordering ter zake van printers die Deelnemers (nog) niet hebben aangeschaft (zie rov. 3.6.1). Overigens is het hof van oordeel dat het gebruik van
dynamic securitydoor HP niet per definitie ongeoorloofd is (rov. 3.6.2). Het hof achtte het gevorderde verbod daarom niet toewijsbaar (rov. 3.7).
2.Bespreking van het principaal cassatiemiddel
dynamic securityin de printers onrechtmatig is. De onderdelen 5 – 13 behelzen klachten over afzonderlijke overwegingen en beslissingen van het hof die met deze vraag verband houden. Gelet op de omvang van de procesinleiding in cassatie is onvermijdelijk dat deze onderdelen van het middel en de wederzijdse toelichting van partijen in deze conclusie niet integraal, maar samengevat worden weergegeven.
consumables’). [6] Bekende voorbeelden van zulke ‘
consumables’zijn losse scheermesjes in scheermeshouders, opzetborstels voor elektrische tandenborstels, koffiecupjes voor het gebruik in koffiezetapparaten en – in dit geval − inktpatronen (
cartridges) voor printers. Dit beoogde verdienmodel kan in gevaar komen wanneer ook andere aanbieders
consumablesop de markt brengen die feitelijk kunnen worden gebruikt in het verbruikende apparaat. Vanwege de vrijheid van mededinging kan de producent van een verbruikend apparaat een andere aanbieder niet zomaar verbieden om verbruikswaren op de markt te brengen die in dat apparaat passen of, met andere woorden, daarmee ‘compatibel’ zijn.
consumablesvan andere leveranciers weren of moeilijk maken. [9] Niet ieder product en niet iedere markt leent zich voor een dergelijk verdienmodel.
chipvan HP kunnen worden gebruikt. Zie ik het goed, dan is in dit geding door de Stichting geen beroep gedaan op wettelijke voorschriften of normalisatienormen [10] die HP dwingen om daarvan af te zien. Het onderhavige geschil wordt gekenmerkt door de omstandigheid dat het hier niet gaat om een blijvende (statische) beperking, maar om ‘
dynamic security’: een technologische methode die het mogelijk maakt om de geheime code die voor authenticatie van een in de printer geplaatste cartridge nodig is, periodiek te wijzigen.
Dynamic securityzorgt ervoor dat het specifieke signaal dat tijdens de authenticatie vanuit een
chipop de cartridge wordt verstuurd aan de
firmwarein de HP-printer, periodiek verandert. De vordering van de Stichting berust in hoge mate, maar niet uitsluitend, op haar standpunt dat een door de
dynamic securityvan HP teweeggebrachte wijziging van de voor authenticatie van een cartridge benodigde code moet worden aangemerkt als een opzettelijk beletten van het gebruik van cartridges van andere leveranciers (dan HP) op een tijdstip waarop de desbetreffende printer toebehoort aan een ander dan HP.
onderdeel 12. Dit middelonderdeel is gericht tegen bepaalde uitdrukkingen die het hof heeft gebruikt bij de feitenvaststelling onder 2.2 en 2.4. Onderdeel 12.1 dient als inleiding. Met
onderdeel 12.2maakt de Stichting bezwaar tegen het overnemen door het hof van de term ‘klooncartridges’ die HP in haar gedingstukken gebruikt. Volgens de Stichting is het woord ‘klooncartridge’ een pejoratieve aanduiding, die – volgens de Stichting: ten onrechte – veronderstelt dat cartridges van 123inkt-huismerk die in een HP-printer worden geplaatst inbreuk maken op een intellectueel eigendomsrecht van HP of anderszins illegaal zijn. In de
onderdelen 12.3 en 12.4maakt de Stichting bezwaar tegen het gebruik door het hof van de woorden ‘hackers’ en het ‘kraken’ van de code in de
chipsdie zijn aangebracht op de cartridges van HP. Volgens de klacht veronderstellen deze aanduidingen dat het om een illegaal handelen gaat of dat het op de markt brengen van cartridges die in een HP-printer passen op zich al onrechtmatig zou zijn jegens HP. De klachten lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
rechtsbeslissing, maar wordt zij cassatie-technisch beschouwd als een gemengde beslissing. [11] De cassatierechter zal in beginsel de uitleg en toepassing van de rechtsregel, dus de vaststelling van het rechtsgevolg, hebben te toetsen om te kunnen beoordelen of sprake is van een schending van het recht. Dit betekent dat ook de juridische kwalificatie die het hof aan bepaalde feiten heeft gegeven onder de controle van de cassatierechter valt.
hacken” neutraal omschreven als: “al dan niet kunstmatige beperkingen in technische systemen omzeilen, bijv. om de zwakke plekken ervan aan te tonen”. Het genoemde woordenboek vermeldt tevens als minder gunstige betekenis: “met kwade bedoelingen inbreken in computers”. Hetzelfde woordenboek geeft, naast een voor dit geding niet relevante biologische betekenis, een neutrale omschrijving van het werkwoord ‘klonen’ en van het zelfstandig naamwoord ‘kloon’, namelijk: “dupliceren” respectievelijk “duplicaat”. Noch in de feitenvaststelling onder 2.2, noch in die onder 2.4, heb ik een aanwijzing gevonden dat het hof hieraan de pejoratieve betekenis geeft die het middelonderdeel hieraan toekent. Het gaat bij deze woorden niet om een wettelijke kwalificatie. HP heeft in haar gedingstukken gesproken over de noodzaak zich door middel van technologische maatregelen te beschermen tegen mogelijke inbreuken op haar rechten van intellectuele eigendom en tegen andere schade. HP spreekt over (buitenlandse) hackers die door middel van
reverse engineeringof andere methoden telkens trachten de actuele, voor authenticatie benodigde geheime code van HP te achterhalen. Ik lees in de feitenvaststelling onder 2.2 en 2.4 nergens dat het hof heeft willen vooruitlopen op een beoordeling van de rechtmatigheid daarvan: op die stelling van HP is het hof elders in zijn arrest ingegaan. HP heeft ook niet gesteld dat de Stichting of de Deelnemers zelf zich schuldig maken aan
hacken. De klachten missen daarom feitelijke grondslag. Ten einde verdere discussie over semantiek te vermijden, zal ik in deze conclusie (buiten de citaten) het woord ‘kloon-cartridge’ vermijden en de neutrale term ‘compatibel’ gebruiken.
reverse engineering’ of door het analyseren van de gegevens die op de
chipsvan HP zijn opgeslagen, een geoorloofde werkwijze is en (b) dat het op de markt brengen van compatibele cartridges ‘volstrekt legitiem’ is. In het hiermee samenhangende
onderdeel 12.6voert de Stichting aan dat aan de hier bestreden vaststellingen het oordeel inherent is dat het gebruik van
dynamic securitydoor HP een legitiem doel dient, namelijk het tegengaan of bemoeilijken van onrechtmatig handelen jegens HP. Dat oordeel zou volgens de Stichting onjuist of onbegrijpelijk zijn en zou doorwerken in de verdere beslissingen in het bestreden arrest. Daarbij wijst de Stichting met name (i) op het oordeel dat het gebruik van
dynamic securityniet per definitie ongeoorloofd is, (ii) op het oordeel dat het enkele feit dat HP bij de Deelnemer in gebruik zijnde printer heeft voorzien van
dynamic securityniet voldoende is om tot onrechtmatig handelen van HP jegens de Deelnemers te besluiten.
hackenvan de code op de HP-
chipswil bemoeilijken. In het licht van de stellingen van HP is die vaststelling geenszins onbegrijpelijk. Uit deze vaststelling volgt niet dat de Stichting of een van de Deelnemers zich jegens HP heeft schuldig gemaakt aan onrechtmatig ‘hacken’, noch dat het ‘kraken’ van de code (door derden) onrechtmatig is; aan een beoordeling daarvan komt het hof eerst verderop in het bestreden arrest toe.
dynamic securityom daarmee het in de markt brengen van
counterfeit-cartridges, waarvan HP nadeel stelt te ondervinden, tegen te gaan. Anders dan in de klachten van onderdeel 12 wordt verondersteld, loopt het hof hier niet vooruit op de beoordeling van de rechtmatigheid van het handelen. De klacht mist daarom feitelijke grondslag.
medeprocedeert als collectieve belangenbehartiger in de zin van art. 3:305a (oud) BW. Alvorens de klachten te bespreken, schets ik kort het juridisch kader. Het onderscheid tussen een formele en een materiële procespartij veronderstel ik bij de lezer bekend. [14]
tevensin een andere hoedanigheid in het lopende geding te voegen (zie art. 217 Rv Pro) [16] ; dan komt er een procespartij bij. Uit de gedingstukken is mij niet gebleken dat de Stichting in de vorige instanties toestemming heeft verzocht en verkregen om zich als belangenbehartiger in de zin van art. 3:305a (oud) BW in het geding te voegen.
Onderdeel 3.2houdt in dat het hof heeft miskend dat de rechter dient uit te gaan van de vermelding van de hoedanigheid van de vertegenwoordigde in de (desbetreffende) schriftuur zonder daarnaar onderzoek te doen. Ter toelichting op dit standpunt wijst het middel op HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1409, NJ 2015/293 m.nt. S.F.M. Wortmann. De Stichting leidt uit die uitspraak af dat advocaten geen opdrachten of nadere documentatie behoeven te verstrekken omtrent de hoedanigheid van de in de processtukken genoemde partijen.
Overdracht.Deze Deelnemers hebben bij akte (…) aan de Stichting al hun bestaande en toekomstige vorderingen en aanspraken, uit welke hoofde en van welke aard ook, overgedragen, zoals aanspraken op verboden of bevelen, op vergoeding van schade en kosten of op enige andere vorm van compensatie, naar aanleiding van het installeren of implementeren van firm- of software, of updates daarvan, voor de HP Printers, welke ten gevolge heeft dat het gebruik van 123inkt-huismerk cartridges in HP Printers geblokkeerd of bemoeilijkt wordt dan wel anderszins gehinderd wordt (hierna: “Vorderingen”) tegenover welke tot het HP-concern behorende vennootschap dan ook. Deze overdracht van de Vorderingen is ten titel van beheer en dit beheer houdt in dat de Stichting op naam en voor rekening en risico van de Stichting de Vorderingen tegen HP zal instellen en in en buiten rechte (doen) handhaven en naar eigen inzichten van de Stichting kan afwikkelen met HP.
Last en volmacht aan de Stichting. Naast deze overdracht hebben deze Deelnemers tevens aan de Stichting schriftelijk last en volmacht gegeven om op naam en voor rekening en risico van de Stichting alle mogelijke bestaande en toekomstige rechten en aanspraken van de Deelnemer, voor zover deze niet overdraagbaar of overgedragen zijn, tegen HP in te stellen en in en buiten rechte te (doen) handhaven en naar eigen inzichten van de Stichting af te wikkelen met HP (…).”
nietom een collectieve actie in de zin van art. 3:305a (oud) BW gaat. [24] Volgens HP kon de Stichting ook niet optreden als collectieve belangenbehartiger omdat zij met deze vordering niet een collectief of algemeen belang nastreeft, maar slechts een commercieel belang van Digital Revolution B.V. Het eigenlijke doel van de vordering is volgens HP niet de afhandeling van massaschade. Onder 1.3 concludeerde HP dat daar waar de procedure op eigen naam wordt gevoerd door de Stichting, dit geschiedt op basis van aan de Stichting overgedragen vorderingsrechten van individuele 123inkt-klanten.
switchenvan de hoedanigheid waarin een procespartij optreedt kan de rechter in beginsel beschouwen als in strijd met de eisen van een goede procesorde; zie alinea 2.17 hiervoor. Voor zover de Stichting in eerste aanleg optrad krachtens volmacht van de Deelnemers, was zij slechts formeel procespartij; zie verder de bespreking van onderdeel 3.6. Indien een stichting als formele procespartij een vordering namens een ander instelt en vervolgens haar eis wijzigt in een vordering van de stichting zelf, als bedoeld in art. 3:305a BW, is sprake van een wijziging van de hoedanigheid waarin zij als procespartij aan het geding deelneemt. De rechtsklacht van onderdeel 3.4 faalt daarom. De subsidiaire motiveringsklacht treft om dezelfde reden geen doel. Overigens zou die subsidiaire klacht de Stichting niet baten, omdat een rechtsoordeel niet met succes kan worden bestreden door middel van een motiveringsklacht. [25]
onderdeel 3.6klaagt de Stichting, meer in het bijzonder, dat het hof eraan voorbij ziet dat in dit geval geen partijwisseling heeft plaatsgevonden: het is nog steeds dezelfde rechtspersoon (de Stichting), die in hoger beroep stelde dat aan de eisen van art. 3:305a (oud) BW is voldaan. Uit het arrest blijkt ook niet dat inhoudelijk niet is voldaan aan de eisen van art. 3:305a (oud) BW: omtrent die stelling bevat het bestreden arrest geen oordeel. Ter toelichting op deze klacht betoogt de Stichting dat de Hoge Raad zijn eerdere rechtspraak heeft genuanceerd door te aanvaarden dat bij een ‘cessie ter incasso’ de lasthebber niet in de inleidende dagvaarding behoeft te vermelden dat hij optreedt voor de belangen van een derde. [26] Gelet op de stelling van de Stichting dat aan de eisen van art. 3:305a (oud) BW is voldaan, kan niet als een verrassing zijn gekomen dat de Stichting in hoger beroep heeft aangevoerd dat zij de vordering mede instelde als collectieve belangenbehartiger in de zin van dat artikel, aldus de klacht.
op eigen naamte incasseren en dat een dergelijke last in beginsel meebrengt dat de derde ook
op eigen naamin rechte kan optreden. [27] Bij een dergelijke vorm van middellijke vertegenwoordiging behoeft de lasthebber niet in de inleidende dagvaarding te vermelden dat hij optreedt voor de belangen van een derde. [28] Wordt deze lasthebber vervolgens geconfronteerd met het verweer dat hij niet de ware schuldeiser is, dan zal hij moeten stellen en bewijzen dat hij op grond van een lastgevingsovereenkomst met de werkelijke crediteur bevoegd is om de vordering op eigen naam te incasseren. [29]
onderdeel 3.7is de redengeving van het hof innerlijk tegenstrijdig, waar het hof in rov. 3.6.2 tot uitgangspunt neemt dat ook de belangen van ‘andere klanten van Digital Revolution’ dan de Deelnemers bespreking behoeven, terwijl het hof in rov. 3.6.1 het tegenovergestelde tot uitgangspunt neemt.
dynamic securityin printers die na 1 december 2016 zijn vervaardigd onrechtmatig is jegens de Deelnemers (of andere klanten van Digital Revolution), is niet gegeven dat het hof van oordeel zou zijn dat in appel ook de belangen van andere klanten van Digital Revolution dan de Deelnemers in de afweging moeten worden meegenomen, laat staan dat daaruit zou blijken dat het hof van oordeel is dat de Stichting in dit geding (mede) optreedt als collectieve belangenbehartiger in de zin van art. 3:305a BW. Van een innerlijke tegenstrijdigheid in de redengeving is mijns inziens geen sprake.
onderdelen 3.8 en 3.9bevatten geen zelfstandige klachten en behoeven na het voorgaande geen bespreking meer. De slotsom is dat onderdeel 3 faalt.
dynamic securitydoor HP niet ‘per definitie’ ongeoorloofd is. Volgens het hof is het antwoord op de vraag of het gebruik van
dynamic securityonrechtmatig is jegens de eigenaar/gebruiker van een HP-printer afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Als voorbeelden van zulke omstandigheden noemt het hof: “de condities waaronder de printer is aangeschaft en de informatie die bij de koper dan wel gebruiker bekend was of had behoren te zijn over het gebruik van
dynamic securityen de gevolgen daarvan”.
in het algemeenoverwogen dat het door de Stichting gevorderde verbod om wijzigingen aan te brengen in de computerprogrammatuur of de werking van printers te ruim geformuleerd is om te worden toegewezen. Volgens het hof kan van HP niet worden gevergd dat zij haar bedrijfsvoering afstemt op de eigenschappen van niet door haar, maar door een derde op de markt gebrachte (compatibele) cartridges voor gebruik in HP-printers. Met onderdeel 7 komt de Stichting op tegen deze overweging.
dynamic securityin HP-printers die zijn vervaardigd
vóór 1 december 2016. Het hof overweegt dat de Stichting geen belang (meer) heeft bij beantwoording van de onrechtmatigheidsvraag, omdat bij deze printers er geen reële dreiging is van hernieuwd gebruik van
dynamic securitydoor HP. Met onderdeel 5 komt de Stichting op tegen deze overweging.
dynamic securityin HP-printers die zijn vervaardigd
na 1 december 2016. Het hof overweegt in rov. 3.6.1 dat het gevorderde verbod van
dynamic securityten aanzien van deze printers niet kan worden toegewezen omdat niet is gebleken dat de Deelnemersovereenkomst betrekking heeft op vorderingen van de Deelnemers ter zake van door hen in de toekomst nog aan te schaffen HP-printers. Dat oordeel kan de afwijzing van het gevorderde zelfstandig dragen. Indien de klachten over rov. 3.6.1 falen, heeft de Stichting geen belang meer bij bespreking van haar klachten die tegen rov. 3.6.2 zijn gericht.
onderdeel 4.3(onderdeel 4.2 bevat geen klacht) werkt de Stichting deze algemene klacht nader uit als volgt: het hof heeft miskend dat de door HP gebruikte
dynamic securityin wezen niets anders is dan het onrechtmatig (geheel of gedeeltelijk) buiten gebruik stellen van andermans eigendom. De Stichting maakt een vergelijking met het heimelijk vervangen van het slot van een huis of auto, met het gevolg dat de eigenaar geen gebruik meer kan maken van zijn eigendom zolang hij niet over de nieuwe sleutel beschikt. [32] Het oordeel van het hof dat het gebruik van
dynamic securityniet ‘per definitie’ onrechtmatig is, acht de Stichting daarom onjuist, althans ontoereikend gemotiveerd. In
onderdeel 4.4klaagt de Stichting dat het hof ten onrechte niet heeft beoordeeld of de gestelde schending van het recht op ongestoord genot van eigendom voldoet aan de vereisten in art. 17 lid 1 van Pro het Handvest van de grondrechten (EU) [33] . Deze klachten lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.
dynamic securityinbreuk maakt op het eigendomsrecht van de Deelnemers ten aanzien van hun HP-printers. [34] Op het eerste gezicht lijkt een beroep op het eigendomsrecht onnodig: er heeft geen twijfel bestaan over het antwoord op de vraag wie na de aankoop van een HP-printer daarvan de eigenaar is. Bij nader inzien valt de ‘
framing’van de
dynamic securityals aantasting (door HP) van het eigendomsrecht van de gebruiker/eigenaar van de desbetreffende printer echter te begrijpen. Een door
dynamic securityvan HP veroorzaakte beperking van het gebruik van cartridges die niet van HP afkomstig zijn, kan door de eigenaar van een printer worden opgevat als een aantasting van zijn recht om vrijelijk en naar eigen inzicht gebruik te maken van zijn eigendom (vgl. art. 5:1 BW Pro resp. art. 1 Eerste Pro Protocol EVRM). Het had wellicht meer voor de hand gelegen dat de koper van een HP-printer de verkoper doet dagvaarden en de vraag aan de orde stelt of het geleverde aan de koopovereenkomst voldoet: had de koper recht op een apparaat waarin iedere compatibele cartridge kan worden gebruikt zonder te worden gehinderd door
dynamic security? Maar het staat een eisende partij vrij om zelf haar wederpartij en de grondslag van haar vordering te kiezen. In dit geval heeft de Stichting haar vordering gebaseerd op onrechtmatige daad naar Nederlands recht. Langs de weg van de goederenrechtelijke rechtsverhouding wil de Stichting in dit geding aan de orde stellen of het HP (in haar rechtsverhouding tot de Deelnemers) vrij staat om de (bij fabricage of bij gelegenheid van een latere
updatevan de besturingssoftware) in een printer geïnstalleerde
dynamic securityte (blijven) gebruiken in een printer waarvan HP ten tijde van dat gebruik geen eigenaar is. [35]
dynamic securityte installeren en actief te houden. Volgens HP heeft zij een − rechtens te respecteren − belang om zich op deze wijze te beschermen tegen het gebruik van
counterfeit-cartridges. Cartridges van andere leveranciers die in een HP-printer worden geplaatst zijn volgens HP dikwijls van mindere kwaliteit dan originele HP-cartridges (en daarom ook goedkoper dan de originele cartridges van HP). HP stelt niet te kunnen instaan voor de mindere kwaliteit van afdrukken die worden gemaakt met behulp van cartridges die niet afkomstig zijn van HP en waarin een
chipis aangebracht die de
chipsvan HP nabootst. Het door de Stichting naar voren gebrachte tegenargument, dat HP juridisch niet behoeft in te staan voor de kwaliteit van cartridges van andere leveranciers, is volgens HP niet realistisch: bij het gebruik van cartridges van andere leveranciers bestaat een aanmerkelijke kans dat de klant een negatieve printervaring heeft en dat de klant deze toeschrijft aan de printer van HP, in plaats aan het feit dat de klant een cartridge van een andere leverancier in de printer heeft geplaatst. In hoger beroep heeft HP nader uiteengezet [36] dat een technologische beveiliging met periodieke wisseling van de geheime code voor authenticatie nodig is, omdat dit de enig mogelijke manier is om haar IE-rechten effectief te beschermen en schade aan (de kwaliteitsreputatie van) de HP-printers te voorkomen. Daarnaast wijst HP op het feit dat de
firmwaredie de periodieke wisseling van de geheime code mogelijk maakt hetzij bij fabricage van de printer daarin is geïnstalleerd, hetzij bij gelegenheid van een
updatedie uitsluitend kan worden uitgevoerd indien de eigenaar/gebruiker van de printer daarvoor toestemming heeft gegeven. [37]
smartphoneniet zozeer geïnteresseerd in het apparaat (de
hardware), maar in het gebruik van de daarop geïnstalleerde of nog te installeren applicaties (de
software). Voor het functioneren van een dergelijk apparaat is besturings
softwarenodig, met regelmatige
updatesom deze bij de tijd te houden. De overgang naar een informatiemaatschappij heeft ingrijpende gevolgen voor de verhouding tussen het goederenrecht (hier: het recht van eigendom) en het contractenrecht. [42]
mogelijkheidom periodiek de voor authenticatie benodigde geheime code te wijzigen al bestaat vanaf de fabricage van iedere printer die is voorzien van besturingssoftware met
dynamic security,respectievelijk vanaf de met toestemming van de eigenaar/gebruiker uitgevoerde
updatewaarbij
firmwaremet
dynamic securityin de HP-printer is geïnstalleerd. Het
effectvan de geïnstalleerde besturingssoftware met
dynamic securityopenbaart zich in de regel op een later tijdstip.
softwarevan de printer haar voldoende bescherming biedt tegen
counterfeit: de eigenaar heeft die beperking bij aankoop of bij het geven van toestemming voor de desbetreffende
updateaanvaard. Het hof heeft in deze discussie een middenweg gekozen.
dynamic securitymag gebruiken in de printer die eigendom is van een van de Deelnemers, afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Als voorbeelden van relevante omstandigheden noemt het hof: (i) de condities waaronder de printer is aangeschaft en (ii) de informatie die bij de koper/gebruiker bekend was of mag worden verondersteld omtrent het gebruik van
dynamic securityen de gevolgen daarvan. [43] De in onderdeel 4 bestreden overweging heeft betrekking op HP-printers die na 1 december 2016 zijn vervaardigd. Naar de kern genomen, berust de beslissing van het hof op het volgende: (i) indien de eigenaar/gebruiker een printer heeft gekocht waarin
firmwareis geïnstalleerd die authenticatie van een in die printer geplaatste cartridge mogelijk maakt en (ii) in de geïnstalleerde
firmwarebesloten ligt dat in het besturingssysteem van de printer de voor authenticatie van een cartridge benodigde geheime code periodiek wisselt en (iii) de eigenaar/gebruiker van de printer ten tijde van het kopen van de printer (dan wel bij het geven van toestemming voor de
update) bekend was met het installeren van
dynamic securityin de printer en de gevolgen daarvan, is sprake van voldoende rechtvaardiging voor de gestelde beperking van het ongestoord genot van eigendom. De klachten van de onderdelen 4.3 en 4.4 stuiten op dit alles af.
onderdeel 4.5klaagt de Stichting dat het hof ten onrechte niet is ingegaan op deze overige aangevoerde gronden van haar vordering.
allegronden waarop de Stichting haar verbodsvordering baseerde verworpen met de motivering dat de cessie in de Deelnemersovereenkomst geen betrekking had op (toekomstige) vorderingen van de Deelnemers ter zake van (in de toekomst) door hen nog aan te schaffen HP-printers. Dat geldt ook voor de gronden die in dit middelonderdeel zijn genoemd. De verwerping door het hof van de overige door de Stichting aangevoerde gronden berust hoofdzakelijk op drie argumenten, te weten: (i) HP heeft voldoende toegelicht dat zij een rechtens te respecteren belang heeft bij het gebruik van de
dynamic security, namelijk om het gebruik van
counterfeit-cartridges tegen te gaan en om claims te vermijden, omdat de gerede kans bestaat dat klanten negatieve printervaringen (bij het gebruik van compatibele, niet van HP afkomstige cartridges) aan falen van de printer van HP zullen toeschrijven; (ii) HP heeft gesteld dat zij de kopers en gebruikers van de na 1 december 2016 vervaardigde apparaten telkens waarschuwt voor daarin geïnstalleerde
dynamic securityen de gevolgen daarvan; (iii) andere omstandigheden die het gebruik van
dynamic securityin HP-printers niettemin onrechtmatig doen zijn, zijn het hof niet gebleken.
dynamic securityis aangebracht en op de hoogte is gesteld van de mogelijke gevolgen daarvan (indien in de printer een cartridge wordt geplaatst die niet is voorzien van een actuele HP-
chipvoor de authenticatie), noopten de door de Stichting onder a, b, c, d, e, f en g aangevoerde argumenten het hof niet tot een andere beslissing dan het hof heeft gegeven. Ook voor deze grondslagen geldt dat het hof de rechtvaardiging voor het gebruik door HP van
dynamic securityziet in de keuze van de eigenaar om een printer te kopen waarin
dynamic securityis ingebouwd in de besturingssoftware. In de redengeving van het hof ligt besloten dat – en waarom − het hof niet meer toekwam aan de vraag of, ten aanzien van ieder van de 960 deelnemers afzonderlijk, de geleverde HP-printer voldeed aan het conformiteitsvereiste van art. 7:17 BW Pro; er was niet sprake van een vordering op grondslag van de overeenkomst, gericht tegen de verkoper.
dynamic securityin een printer niet per definitie onrechtmatig is) miskent dat de toepassing van
dynamic securitydie het gebruik van een cartridge in de printer van een Deelnemer geheel of gedeeltelijk belemmert, in beginsel is aan te merken als een inbreuk op het eigendomsrecht van de eigenaar van de desbetreffende printer. Dit brengt volgens de klacht mee dat de hoofdregel juist omgekeerd zou moeten luiden, namelijk dat het gebruik van
dynamic securityin beginsel onrechtmatig is jegens de koper of gebruiker van een HP-printer.
onderdeel 4.7bestrijdt de Stichting in het bijzonder de vaststelling, in rov. 3.6.2, dat HP een rechtens te respecteren belang heeft bij het gebruik van
dynamic securityin de door haar (na 1 december 2016) vervaardigde printers.
counterfeit cartridgeswaarmee inbreuk wordt gemaakt op een merkrecht of ander recht van intellectuele eigendom van HP [46] ;
clone cartridges,waarmee HP compatibele cartridges bedoelt die door anderen dan HP in het verkeer worden gebracht onder een eigen merk teneinde te worden gebruikt in de printers van HP, waarbij ook de
chipop die cartridge identiek is gemaakt aan de
chipop de cartridges van HP [47] ;
remanufactured cartridgesen
refilled HP-cartridges. [48] Volgens HP vormen
counterfeit cartridgesvoor haar een groot probleem: deze zijn niet afkomstig van HP, maar worden wel als aan consumenten aangeboden als waren het cartridges van HP. Haar belang is enerzijds het met
dynamic securitytegengaan van zulke inbreuken op haar IE-rechten [49] en anderzijds het tegengaan van aansprakelijkheidsclaims en/of reputatieverlies van het merk HP indien de mindere kwaliteit van
clone cartridgesafbreuk doet aan de tevredenheid van de consument over het printresultaat.
dynamic securityom effectief te kunnen optreden tegen
counterfeitcartridges. Dat HP daarbij belang heeft, lijkt mij evident. Dan blijft de vraag of HP dit argument kan tegenwerpen aan de Stichting, nu het hof niet heeft vastgesteld dat de Deelnemers (voor wie de Stichting opkomt) in hun HP-printers gebruik maken van cartridges die aan hen zijn verkocht als waren die cartridges afkomstig van HP. [50]
dynamic securityte gebruiken om daarmee
counterfeitcartridges effectief te kunnen weren, ook heeft die maatregel het neveneffect dat ook cartridges worden getroffen die onder een eigen merk aan consumenten worden verkocht (zoals de cartridges van 123inkt-huismerk). Ook wie ervan uitgaat dat Digital Revolution B.V. zich niet schuldig heeft gemaakt aan (illegale) gedragingen om de geheime code van HP te achterhalen – dat is een rode draad in de toelichting op het cassatiemiddel van de Stichting −, zal moeten toegeven dat in de wereldwijde wedloop, die volgens HP gaande is tussen fabrikanten die gebruik maken van een geheime code voor authenticatie en de (volgens HP: veelal buitenlandse) hackers die elke geheime code vroeg of laat weten te ‘kraken’, HP een redelijk belang heeft bij het installeren en gebruiken van besturingssoftware in HP-printers die de geheime code periodiek doet wisselen.
Onderdeel 4.7.5sluit hierbij aan met de klacht dat zonder nadere toelichting onbegrijpelijk is dat en waarom het tegengaan van
counterfeit-cartridgesin verband met de afdrukkwaliteit zou meebrengen dat HP een rechtens te respecteren belang heeft bij het gebruik van
dynamic security. Blijkens de gegeven toelichting op deze klacht, gaat de Stichting ervan uit dat HP niet behoeft in te staan voor de kwaliteit van cartridges die niet van haar afkomstig zijn. Slechts de leverancier van een cartridge die wordt verkocht als compatibel (d.w.z. als geschikt voor gebruik in een HP-printer), behoeft jegens zijn klant in te staan voor de kwaliteit van die cartridge.
dynamic securityom dit door haar gevreesde effect te voorkomen, is niet doorslaggevend of een klant die daarover een klacht bij HP zou indienen in het gelijk zou worden gesteld. Verder staat de afweging ter beoordeling van het hof als de rechter die over de feiten oordeelt.
onderdeel 4.8voert de Stichting nog aan dat het gebruik van
dynamic securityslechts dient ter bescherming van het commerciële belang van HP. Volgens de klacht is een commercieel belang niet een rechtens te respecteren belang.
counterfeiten van de reputatie van haar merk).
onderdelen 4.9 en 4.10voert de Stichting aan dat de redengeving innerlijk tegenstrijdig is. In hetgeen het hof in rov. 3.6.2 overweegt ten aanzien van de HP-printers die zijn vervaardigd na 1 december 2016, ligt volgens de klacht een meer algemeen oordeel besloten, namelijk: dat het installeren van
dynamic securityin HP-printers zonder de afnemers vooraf daarvoor te waarschuwen en hen te wijzen op de gevolgen daarvan, op de wijze waarop dat in deze overweging werd beschreven, onrechtmatig is jegens de Deelnemers. Dat brengt volgens de klacht mee dat kopers en gebruikers van vóór 1 december 2016 vervaardigde printers van HP onjuist of onvolledig zijn geïnformeerd over het gebruik van
dynamic securityin hun printer en over de gevolgen daarvan.
a contrario-redenering, althans op een lezing van de desbetreffende overwegingen waartoe het bestreden arrest geen aanleiding geeft. In rov. 3.6.2 gaat het om de printers die HP heeft vervaardigd na 1 december 2016. HP heeft gesteld dat zij de kopers en gebruikers van die printers in kennis stelt van het feit dat daarin
dynamic securitywordt gebruikt en hen waarschuwt voor de gevolgen daarvan. Het hof heeft in rov. 3.6.2 overwogen dat het antwoord op de vraag of het gebruik van
dynamic securityonrechtmatig is jegens een bepaalde koper of gebruiker van een HP-printer, zal afhangen van de omstandigheden van het geval; het hof noemt onder meer de informatie die bij de koper of gebruiker bekend was of bekend kan worden geacht. Vervolgens beschrijft het hof de wijze waarop in marketingmaterialen en via een sticker op de doos van de printer informatie hierover door HP aan de kopers van printers bekend wordt gemaakt. Uit de omstandigheid dat het hof deze informatie toereikend achtte, volgt niet dat in de gevallen (m.b.t. vóór 1 december 2016 vervaardigde printers) waarin niet op dezelfde wijze aan de koper/gebruiker informatie is verstrekt, HP in haar informatieverplichting tekort is geschoten. Van de beweerde innerlijke tegenstrijdigheid is in elk geval geen sprake.
onderdeel 4.11heeft het hof miskend dat met name voor het rechtvaardigen van schending van eigendomsrechten, vernieling, computervandalisme en het garanderen dat geen kwaadaardige
softwarewordt gebruikt, vereist is dat de eigenaar of gebruiker van de desbetreffende HP-printer tevoren
uitdrukkelijk en ondubbelzinnigtoestemming aan HP heeft verleend om de
dynamic securityin die printer te installeren en te gebruiken. De door het hof geciteerde tekst van de sticker bij aankoop van de printers van HP zou volgens de klacht daarvoor niet voldoende zijn. Voor zover het hof aanneemt dat personen die door HP zijn gewaarschuwd en geïnformeerd, geacht mogen worden met de installatie van de
dynamic softwarete hebben ingestemd, enkel op basis van het feit dat zij de HP-printer hebben aangeschaft en/of in gebruik hebben genomen, geeft dat oordeel volgens de klacht blijk van een onjuiste rechtsopvatting, dan wel is het ontoereikend gemotiveerd.
uitdrukkelijk en ondubbelzinnigtoestemming heeft verleend voor het gebruik van
dynamic security. Het gaat niet om een geval waarin de eigenaar afstand doet van een hem toekomend (grond)recht of waarin hem een recht wordt ontnomen. Zoals gezegd, gaat het hier om een situatie waarin de koper van een HP-printer met besturings
softwarede daaraan verbonden beperking van het gebruik van die printer (ten aanzien van de vrijheid om in die printer ook cartridges te gebruiken die niet van HP afkomstig zijn) aanvaardt. Die aanvaarding kan blijken uit een uitdrukkelijke verklaring van de koper, maar ook op een andere wijze. Tenzij anders is bepaald, kunnen verklaringen in iedere vorm geschieden en kunnen zij in een of meer gedragingen besloten liggen (art. 3:37 lid 1 BW Pro). De
onderdelen 4.12 en 4.13bouwen voort op de voorgaande klachten en behoeven geen afzonderlijke bespreking. Mijn slotsom is dat onderdeel 4 faalt.
dynamic securityin HP-printers die vóór 1 december 2016 zijn vervaardigd. Het hof is van oordeel dat er geen reële dreiging bestaat dat HP in deze categorie printers opnieuw gebruik zal gaan maken van
dynamic security. Het hof wijst daarbij op het volgende:
roll-backter beschikking gesteld, maar ook actief aan alle gebruikers een
updateverstrekt die, mits door de gebruiker geaccepteerd, ertoe leidt dat
dynamic securitypermanent van de desbetreffende printer wordt verwijderd;
dynamic securityzal installeren op de printers die vóór 1 december 2016 zijn vervaardigd;
dynamic securitywordt gebruikt en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn.
onderdelen 5.2 en 5.3klaagt de Stichting dat het hof miskent dat voor een voldoende belang in de zin van art. 3:303 BW Pro geen sprake behoeft te zijn van een reële dreiging van hernieuwd gebruik van
dynamic securityin deze categorie printers. Volgens de Stichting brengt de omstandigheid dat HP in dit geding de gestelde onrechtmatigheid van haar handelen betwist, mede gelet op de mate van verwijtbaarheid van het handelen van HP, reeds met zich dat de Stichting voldoende belang heeft bij het gevorderde verbod. De Stichting rekent het tot haar taak, voor de Deelnemers een ongestoord gebruik van de door hen aangeschafte 123-huismerk cartridges in HP-printers te bereiken. Dat belang wordt volgens de Stichting het best gediend wanneer de rechter aan HP een verbod oplegt met een dwangsomsanctie. Het oordeel van het hof dat de Stichting onvoldoende belang bij het gevorderde verbod heeft, is volgens de klacht onjuist, althans ontoereikend gemotiveerd.
dynamic security. Dat het hof zich hiervan bewust is, blijkt reeds uit het feit dat het hof een verklaring voor recht heeft gegeven en partijen heeft toegelaten tot de schadestaatprocedure met betrekking tot bepaalde gevolgen van het gebruik door HP van
dynamic security. De mate van verwijtbaarheid van gedragingen van HP in het verleden kan, als één van de omstandigheden, een rol spelen in de door het hof te maken afweging of de Stichting (nog steeds) belang heeft bij het gevorderde verbod, maar behoeft voor het hof niet beslissend te zijn.
dynamic securityin HP-printers, vervaardigd vóór 1 december 2016. [56] Gelet op deze uitdrukkelijke betwisting, mocht het hof niet zonder meer aannemen dat de Stichting voldoende belang heeft bij het door haar gevorderde verbod: het hof was verplicht om het door HP betwiste belang van de Stichting te toetsen. De klacht dat een voldoende belang in beginsel aanwezig moet worden verondersteld, gaat daarom niet op.
onderdeel 5.5voert de Stichting aan, onder verwijzing naar een arrest van 12 april 2019 [57] , dat het belang om aan bestaande onzekerheid een einde te maken voldoende belang oplevert, ook indien aan de zijde van de wederpartij een ‘tegenbelang’ bestaat. Indien en voor zover het hof uit een rechtens te respecteren belang van HP bij het gebruik van
dynamic securityin de printers van HP heeft afgeleid dat de Stichting geen belang heeft bij haar vordering, geeft dat oordeel volgens de klacht blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het feit dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is en/of het feit dat aanspraak bestaat op een kostenveroordeling en zelfs “de enkele vaststelling van een rechtsschending” levert volgens het middelonderdeel al voldoende belang op. Bovendien is een voldoende belang volgens het middelonderdeel gelegen in het voorkómen van vergelijkbare procedures voor vergelijkbare gevallen.
dynamic securityin HP-printers, nog belang heeft bij het gevorderde verbod van het gebruik van
dynamic securityin vóór 1 december 2016 vervaardigde printers. In de redenering van het hof zou een dergelijk belang alleen bestaan indien HP (ten aanzien van vóór 1 december 2016 vervaardigde printers) terugkomt op die beleidswijziging en valt daarvoor niet te vrezen. De overige rechtspraak waarnaar in het onderdeel wordt verwezen [58] ziet op andere situaties dan in de hier bestreden overweging aan de orde is.
onderdelen 5.6 en 5.7ziet het hof eraan voorbij dat de Hoge Raad na een oordeel van het EHRM is teruggekomen van zijn geen-belang rechtspraak. Door geen inhoudelijk oordeel te geven omtrent de gevorderde verboden en de motivering in de kern te baseren op het geen-belang-leerstuk zouden de bestreden overwegingen in strijd zijn met de rechtspraak van het EHRM over excessief formalisme en rechtsweigering.
dynamic securityniet meer zal gebruiken. Het hof heeft ook laten meewegen dat HP voor deze categorie printers feitelijk de
roll back-software ter beschikking heeft gesteld aan alle eigenaren/gebruikers van deze printers en dat HP bovendien zelf heeft gezorgd voor een
updatedie de
dynamic securitydefinitief van deze printers verwijdert. Daarom gaat ook deze klacht niet op.
onderdelen 5.9.1 tot en met 5.9.6komen neer op het standpunt dat het hof aan de hand van de daar genoemde feiten een andere gevolgtrekking had behoren te maken ten aanzien van het belang van de Stichting bij het gevorderde verbod. Kort samengevat, wijst de Stichting op het standpunt van HP dat het gebruik van dynamic security in het algemeen rechtmatig is (5.9.1) en verder op het volgende: dat het beschikbaar stellen van roll back software niet uitsluit dat HP in deze printers later toch weer cartridges van 123inkt-huismerk gaat blokkeren (5.9.2); dat het uitbrengen door HP van een update die
dynamic securityverwijdert uit de vóór 1 december 2016 vervaardigde printers bevestigt dat HP op eigen gezag wijzigingen aanbrengt in de printers die andermans eigendom zijn (5.9.3); dat geen relevante betekenis toekomt aan de ter zitting door de raadsman van HP namens HP gedane toezegging zolang deze toezegging niet door HP is bevestigd (5.9.4); dat de feitelijke beleidswijziging ingaande 1 december 2016 van HP relevantie mist omdat HP daaraan niet juridisch is gebonden en HP op elk moment op die beleidswijziging kan terugkomen (5.9.5 – 5.9.6).
dynamic securityzal installeren en gebruiken, is voorbehouden aan de feitenrechter. Diens oordeel kan in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. De enkele omstandigheid dat één of meer gestelde feiten ook een andere waardering toelaten, is nog geen grond voor cassatie. Nu het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is en de door het hof aan dat oordeel ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden het bestreden oordeel kunnen dragen, treffen deze klachten geen doel.
dynamic securityin de na 1 december 2016 door HP vervaardigde printers niet kan worden toegewezen. Onderdeel 6.1 dient ter inleiding en behoeft verder geen bespreking.
dynamic securitybehoort te worden toegewezen, nu HP zich het recht voorbehield om
dynamic securityte blijven gebruiken.
Onderdeel 6.4bouwt voort op onderdeel 5 en loopt vooruit op het hierna nog te bespreken onderdeel 7. De klacht behoeft op deze plaats geen afzonderlijke bespreking.
onderdelen 6.5 en 6.6. klagen dat het oordeel in rov. 3.6.2 (bedoeld zal zijn: 3.6.1) dat de cessie onderscheidenlijk de volmacht waarop de Stichting haar vorderingen heeft gebaseerd, niet ziet op eventueel door een of meer van de Deelnemers na het sluiten van de deelnemersovereenkomst aangeschafte of nog aan te schaffen HP-printers, rechtens onjuist is, althans ontoereikend is gemotiveerd. Volgens de Stichting is het hof hiermee buiten de grenzen van de rechtsstrijd tussen partijen getreden, aangezien dit argument door geen der partijen was aangevoerd.
dynamic security). Anders dan de klacht veronderstelt, is het hof niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd in appel getreden.
onderdeel 6.7klaagt de Stichting dat het hof een onbegrijpelijke uitleg aan de Deelnemersovereenkomst heeft gegeven. Volgens het onderdeel is het begrip “HP printers” in de Deelnemersovereenkomst nader omschreven en omvat dit drie typen HP-printers, ongeacht of deze zijn aangeschaft vóór of na het sluiten van de Deelnemersovereenkomst. Daarnaast omvatten de overgedragen vorderingen uitdrukkelijk ook toekomstige vorderingen van de Deelnemers.
KlantDeelnemer is klant bij de onder de domeinnaam 123inkt.nl geëxploiteerde webwinkel van de besloten vennootschap Digital Revolution B.V., handelende onder de naam 123inkt, (…)
HP Printers, Deelnemer heeft bij 123inkt inkjet cartridges van het 123inkt-huismerk (hierna: "
123inkt-huismerk cartridges") aangeschaft voor gebruik in (i) een HP OfficeJet printer, welke gebruik maakt van inkjet cartridges 934/935, dan wel (ii) een HP Officejet Pro printer, welke gebruik maakt van inkjet cartridges 950/951 of (iii) een HP Officejet ProX printers, welke gebruik maakt van inkjet cartridges 970/971 (hiema: "HP Printers").
Overdracht Vorderingen aan de Stichting. Deelnemer draagt hierbij aan de Stichting over alle mogelijke bestaande en toekomstige vorderingen en aanspraken van de Deelnemer, uit welke hoofde en van welke aard ook, zoals aanspraken op verboden of bevelen, op vergoeding van schade en kosten of op enige andere vorm van compensatie,
naar aanleiding van het installeren of implementeren van firm- of software, of updates daarvan, voor de HP Printers, welke ten gevolg heeft dat het gebruik van 123inkt-huismerk cartridges in HP Printers geblokkeerd of bemoeilijkt wordt dan wel anderszins gehinderd wordt (hierna:
"Vorderingen"). Dit betreft alle Vorderingen tegenover welke tot het HP-concern behorende vennootschap dan ook, waaronder HP Inc. en HP Nederland B. V. (hierna: "
HP"). De overdracht van de Vorderingen is ten titel van beheer. De Stichting zal op naam en voor rekening en risico van de Stichting de Vorderingen tegen HP instellen en in en buiten rechte (doen) handhaven en naar eigen inzichten van de Stichting afwikkelen met HP.
Last en volmacht aan de Stichting. De Deelnemer geeft hierbij tevens last en volmacht aan de Stichting om op naam en voor rekening en risico van de Stichting alle mogelijke bestaande en toekomstige rechten en aanspraken van de Deelnemer, voor zover deze niet overdraagbaar of overgedragen zijn, tegen HP in te stellen en in en buiten rechte (doen) handhaven en naar eigen inzichten van de Stichting af te wikkelen met HP. De Deelnemer geeft hierbij ook last en volmacht aan de Stichting om alle voor de uitvoering van deze overeenkomst noodzakelijke of relevante informatie betreffende de Deelnemer inzake aankopen van HP-Printers of voor gebruik in HP Printers geschikte cartridges, zoals blijkende uit de administratie van 123inkt, namens de Deelnemers op te (doen) vragen bij 123inkt ("I
nformatie") en die Informatie aan HP te verstrekken en in een eventuele juridische procedure tegen HP te gebruiken. De Deelnemer geeft hierbij tevens ten behoeve van 123inkt toestemming en volmacht om de Informatie aan de Stichting te verstrekken. De Deelnemer geeft hierbij tevens volmacht aan de Stichting om HP al dan niet schriftelijk te informeren over het bestaan en de inhoud van deze Deelnemersovereenkomst en de identiteit van de Deelnemer.”
onderdeel 7.3is de overweging dat het gevorderde verbod van HP zou vergen dat zij haar bedrijfsvoering afstemt op de eigenschappen van niet door haar (maar door Digital Revolution B.V.) op de markt gebrachte (kloon-)cartridges voor HP-printers rechtens onjuist, althans ontoereikend gemotiveerd. Deze klacht is nader uitgewerkt in de daarop volgende subonderdelen.
Onderdeel 7.4beklemtoont dat de Stichting niet vordert dat aan HP een verplichting tot handelen wordt opgelegd, maar heeft gevorderd dat HP zich van bepaald onrechtmatig handelen onthoudt.
Onderdeel 7.5klaagt dat het hof miskent dat het gevraagde verbod geen betrekking heeft op ‘de bedrijfsvoering’ van HP, maar slechts ziet op bepaalde wijzigingen door HP in de computerprogrammatuur. De door het hof aan het gevorderde verbod gegeven ruimere interpretatie is niet afkomstig van HP en dus in strijd met de wet ambtshalve door het hof bijgebracht.
Onderdeel 7.6houdt in dat het hof miskent dat het verbod werd gevraagd tegen de achtergrond van de tot 13 september 2016 bestaande situatie, waarin cartridges van 123inkt-huismerk ongehinderd konden worden gebruikt in HP printers. Het gevorderde verbod verlangt geen extra inspanning van HP: het is aan Digital Revolution B.V. om ervoor te zorgen dat haar cartridges compatibel zijn om door haar klanten in printers van HP te kunnen worden gebruikt.
Onderdeel 7.7herhaalt het argument dat HP slechts de situatie behoeft te herstellen die tot 13 september 2016 bestond.
Onderdeel 7.8herhaalt dat het gevraagde verbod slechts ziet op het gebruik van
dynamic security.
Onderdeel 7.9, nader uitgewerkt in
onderdeel 7.10, klaagt dat het hof miskent dat het gevraagde verstoringsverbod zodanig is geformuleerd dat dit het hof uitdrukkelijk ook ruimte biedt om een beperkter verbod toe te wijzen, althans dat het oordeel op dit punt onvoldoende gemotiveerd is.
Onderdeel 7.11herhaalt de stellingen van 7.6 en klaagt dat zonder nadere motivering niet valt in te zien waarom niet van HP gevergd kan worden dat zij de tot 13 september 2016 bestaande situatie herstelt.
Onderdeel 7.12herhaalt dit argument en benadrukt dat de Deelnemers en de andere klanten van Digital Revolution B.V. er belang bij hebben dat zij ongestoord in printers van HP gebruik kunnen blijven maken van cartridges van 123inkt-huismerk op de wijze waarop zij dat tot 13 september 2016 deden. Met het tegengaan van een monopolie van HP op de verkoop van cartridges voor HP-printers zijn volgens dit middelonderdeel ook te respecteren belangen van de Deelnemers en (toekomstige) klanten van Digital Revolution B.V. gemoeid.
Onderdeel 7.13houdt in dat hetgeen het hof in rov. 3.4 overweegt over het essentiële belang van
updatesniet redengevend is als het gaat om het beperken, in plaats van het uitbreiden of behouden, van de functionaliteit van printers.
Onderdeel 7.14houdt in dat evenmin redengevend is hetgeen het hof in rov. 3.4 vermeldt over vele andere aanbieders die compatibele cartridges voor gebruik in HP-printers aanbieden.
Onderdeel 7.15houdt in dat evenmin redengevend is dat het hof in rov. 3.4 overweegt dat HP jegens Digital Revolution niet tot méér zorgvuldigheid is gehouden dan jegens andere partijen.
Onderdeel 7.16benadrukt dat het gevraagde verbod HP niet belet om wijzigingen aan te brengen die zien op het behoud of verbetering van functionaliteit. Het enige dat HP niet mag, is het periodiek wijzigen van de bestaande geheime authenticatiecode. De afsluitende onderdelen 7.17 – 7.19 missen zelfstandige betekenis naast de voorgaande klachten. De klachten van onderdeel 7 lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.
dynamic securityin de HP-printers aan de Deelnemers (en wellicht ook aan andere klanten van Digital Revolution B.V.) een gebruiksmogelijkheid heeft afgenomen waarop zij als eigenaren van deze printers recht hadden. Zo opgevat, falen deze klachten mits de redengeving overigens in cassatie stand houdt. Wat betreft de HP-printers die vóór 1 december 2016 zijn vervaardigd, zijn de tot 13 september 2016 feitelijk bestaande gebruiksmogelijkheden immers hersteld doordat HP de
roll backter beschikking stelde en door bij een volgende
updatede
dynamic securityuit de besturingssoftware van de desbetreffende printers te verwijderen. Wat betreft de HP-printers die eerst na 1 december 2016 zijn vervaardigd of nog zullen worden vervaardigd, kan bezwaarlijk gesproken worden van een gebruiksmogelijkheid waarop de koper/eigenaar van een zodanige HP-printer recht heeft en die hem wordt afgenomen: HP heeft voor deze categorie printers in haar marketingmaterialen en via een sticker op de printerdoos aangegeven dat in de door haar in het verkeer gebrachte printers
dynamic securityis geïnstalleerd en wat de gevolgen daarvan zijn voor de mogelijkheid om in die printer cartridges te gebruiken die niet van HP afkomstig zijn.
dynamic securityin haar printers te installeren, niet alleen rekening moest houden met de Deelnemers, maar óók met aanbieders van
counterfeit-cartridges. Zie ik het goed, dan heeft het hof het belang van HP bij het effectief verhinderen van
counterfeit-cartridges zo groot geacht dat dit belang de installatie van
dynamic securityin de besturingssoftware van HP-printers rechtvaardigt, ook al heeft deze maatregel tot gevolg dat compatibele cartridges die onder een eigen merk (in dit geval: 123inkt-huismerk) mogen worden verkocht niet ongestoord kunnen worden gebruikt in printers van HP. Mijn slotsom is dat onderdeel 7 faalt.
updateeen waarschuwing of foutmelding afgeeft wanneer een niet van HP afkomstige cartridge in de printer wordt geplaatst. De Stichting klaagt dat de wijze waarop zij haar vordering met betrekking tot de foutmelding had geformuleerd, het hof ook de mogelijkheid bood om een minder ruim geformuleerd verbod toe te wijzen. De onderdelen 8.1 – 8.8, die zich voor gezamenlijke bespreking lenen, houden in dat het oordeel van het hof dat het gevorderde foutmeldingsverbod te ruim is geformuleerd om te kunnen worden toegewezen, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting dan wel ontoereikend is gemotiveerd.
firmwarevan HP-printers die op dat moment
dynamic securitybevatten, automatisch de authenticatieparameters aanpaste. Dit had tot gevolg dat de gebruikers, indien in de printer een cartridge was geplaatst die niet was voorzien van een van HP afkomstige cartridge, de volgende foutmelding ontvingen: “Probleem met cartridge”. In rov. 3.9 heeft het hof overwogen dat HP jegens de gebruikers onrechtmatig heeft gehandeld door deze foutmelding te programmeren. Het hof is van oordeel dat HP met deze tekst de gebruikers van de printers onjuist en gebrekkig heeft geïnformeerd. Met name maakte deze tekst voor gebruikers van de printers niet duidelijk dat uitsluitend cartridges met een
chipafkomstig van HP in de printer gebruikt konden worden. Een verbod op het gebruik van de foutmelding kwam niet voor toewijzing in aanmerking voor zover HP in de na 1 december 2016 vervaardigde printers
dynamic securitymag gebruiken omdat de koper/gebruiker dan door HP is geïnformeerd over het gebruik van
dynamic securityin die printer en over de gevolgen daarvan (zie rov. 3.6.2). De gebruiker kan er dan op bedacht zijn dat het niet aan de gebruikte cartridge ligt, maar dat de oorzaak van het niet uitvoeren van de printopdracht moet worden gezocht in de
dynamic security. Aan toewijzing van een partieel verbod kwam het hof dus niet meer toe.
roll backen het gewijzigde beleid van HP) geen belang meer had bij het gevorderde verbod van
dynamic security. Daaruit volgt immers dat de Stichting ook geen belang meer had bij een minder ruim verbod, in dit geval: een verbod op het geven van een foutmelding. Onderdeel 8 faalt.
Onderdeel 9is gericht tegen de slotsom, in rov. 3.7, dat de grieven van de Stichting falen voor zover zij tegen de afwijzing van haar verbodsverordening zijn gericht. De klachten van onderdeel 9 missen zelfstandige betekenis naast de voorgaande klachten, waarop zij voortbouwen. Zij behoeven geen afzonderlijke bespreking.
Onderdeel 10is gericht tegen rov. 3.11 waarin het hof het volgende overwoog:
Onderdeel 10.2veronderstelt dat het hof in de bestreden overweging voortbouwt op zijn eerdere beslissingen. Het herhaalt de daartegen gerichte klachten van de Stichting en behoeft daarom hier geen afzonderlijke bespreking. De onderdelen 10.3 – 10.7 hebben betrekking op het argument dat het hof ontleent aan het feit dat de Deelnemers de
updateshebben geaccepteerd waarmee de
firmwaremet
dynamic securityin de HP-printers werd geprogrammeerd. Onderdeel 10.3 dient ter inleiding en bevat geen klacht.
onderdeel 10.4is de door het hof genoemde omstandigheid dat een
updatewaarmee
dynamic securityin een HP-printer wordt geïnstalleerd door de gebruiker van die printer moet worden aanvaard, niet beslissend. De aanvaarding van de
updatedoor de eigenaar/gebruiker van de printer kan volgens de klacht het in de printer installeren van
dynamic securityslechts ‘legaliseren’ indien HP − tevoren − de betreffende persoon uitdrukkelijk waarschuwt voor en informeert over (a) het gebruik van
dynamic securityen (b) de gevolgen daarvan, zoals (c) specifiek en uitdrukkelijk aangegeven in de door het hof geciteerde stickertekst. Volgens de klacht is in dit geding daarvan niet gebleken. Hetgeen het hof over de aanvaarding overweegt geeft volgens de klacht blijk van een onjuiste rechtsopvatting, althans is ontoereikend gemotiveerd.
Onderdeel 10.5klaagt dat de aanvaarding van een
updatedoor een Deelnemer of klant van Digital Revolution slechts relevant kan zijn, indien voor de persoon die de
updateaanvaardt ondubbelzinnig duidelijk is wat de mogelijke negatieve gevolgen van de
updatevoor de gebruiksmogelijkheden van de printer zijn en die persoon vervolgens uitdrukkelijk daarmee instemt. Volgens de Stichting staat in dit geding vast dat HP bij het installeren van een
updatede gebruiker van de HP-printer niet waarschuwt en niet informeert over de negatieve gevolgen die de
updatevanaf dat moment kan hebben voor de gebruiksmogelijkheden van de desbetreffende printer. Volgens de klacht geeft het oordeel van het hof dat een
updateeerst na aanvaarding door de Deelnemer geïnstalleerd wordt blijk van een onjuiste rechtsopvatting, althans is dat oordeel ontoereikend gemotiveerd. Deze twee onderdelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
dynamic securityeerst zou moeten legaliseren. Het bestreden oordeel hangt samen met de beslissing van het hof, in rov. 3.6.2, dat het gebruik van
dynamic securityin een printer op zichzelf nog niet onrechtmatig is. In de redenering van het hof mocht HP weliswaar
dynamic securityinstalleren in een HP-printer (bij fabricage of in het kader van een
updatewaarvoor de eigenaar/gebruiker toestemming had gegeven), maar valt aan HP toe te rekenen dat, wanneer zij in de
firmwarevan een HP-printer
dynamic securityhad geïnstalleerd, de printer een onjuiste of onvolledige foutmelding liet zien waardoor de – tevoren niet voldoende daarover ingelichte – gebruiker op de gedachte kon komen dat dit aan zijn 123inkt-huismerk cartridge lag en niet besefte dat dit het gevolg was van de op zijn printer geïnstalleerde
firmwaremet
dynamic security.
updatewerden geconfronteerd met een blokkade van de 123inkt-huismerk cartridges. Naar het oordeel van het hof had HP de gebruikers tijdig en juist moeten informeren over (het risico van) zo’n blokkade. Dit heeft voor die gebruikers geleid tot schade die HP had kunnen voorkomen door de gebruikers wel tijdig te informeren. Dit oordeel wordt aangevochten in het incidenteel cassatiemiddel van HP, maar geldt als uitgangspunt voor de beoordeling van het principaal cassatiemiddel van de Stichting.
dynamic securitystrekt volgens het hof te ver: het gebruik van
dynamic securityis niet in het algemeen onrechtmatig, maar kan onder bepaalde omstandigheden onrechtmatig zijn. Zoals het hof heeft vastgesteld, hebben de eigenaren/gebruikers van de HP-printers hun toestemming gegeven voor de
updatevan de
firmware. Daarin ligt volgens het hof besloten dat de gebruikers aan HP toestemming hebben gegeven voor de gehele inhoud van de
update, met inbegrip van het installeren van
dynamic security. Indien een bepaalde
updateschade veroorzaakt die een gebruiker niet behoefde te verwachten, kan de aanbieder van de
updatevoor die schade aansprakelijk zijn, ook al was voor de
updatetoestemming gegeven.
Onderdeel 10.6is gericht tegen het slot van 3.11, waarin het hof overweegt dat een
updateslechts wordt geïnstalleerd na aanvaarding daarvan door de gebruiker van de printer en dat dit niet anders is wanneer de gebruiker de functie “automatisch updaten” heeft ingeschakeld. Volgens de Stichting is bij automatische
updateshet installeren door HP van
dynamic securityin een printer per definitie onrechtmatig, omdat er dan geen sprake is van een uitdrukkelijke aanvaarding door de eigenaar/gebruiker. Evenmin geeft HP in dat geval een waarschuwing vooraf, met informatie over de gevolgen daarvan. Het oordeel van het hof geeft volgens de klacht daarom blijk van een onjuiste rechtsopvatting, althans het is ontoereikend gemotiveerd.
updates. Die toestemming omvat ook de
updatewaarbij
dynamic securityin de printer wordt geïnstalleerd. Verder (wat betreft de vraag of daarnaast ook een uitdrukkelijke specifieke aanvaarding van de installatie van de
dynamic securitynodig is) vormt deze klacht een herhaling van de voorgaande klachten, die hier geen nadere bespreking behoeft.
Onderdeel 10.7klaagt dat het hof miskent dat het handelen van HP moet worden aangemerkt als
ernstigonrechtmatig, omdat de eigenaar/gebruiker van de printer niet vooraf uitdrukkelijk en ondubbelzinnig toestemming aan HP heeft gegeven tot het gebruik van
dynamic security. Ook deze klacht vormt een herhaling van de voorgaande klachten, die hier geen verdere bespreking behoeft. Uit het voorgaande volgt dat, en waarom, alle klachten van onderdeel 10 falen.
Onderdeel 11is gericht tegen rov. 3.12, waarin het hof overweegt dat de Stichting geen belang heeft bij een verklaring voor recht die méér omvat dan het hof in het dictum heeft toegewezen. Volgens het hof valt niet in te zien waarom de Deelnemers belang zouden hebben bij een méér omvattende verklaring voor recht, omdat volgens de eigen stellingen van de Stichting alle opgevoerde schadeposten zijn terug te voeren op de gebrekkige communicatie van HP als omschreven in rov. 3.8 van het bestreden arrest. Onderdeel 11.1 dient slechts ter inleiding.
Onderdeel 11.2houdt in dat, anders dan het hof overweegt, niet alle stellingen van de Stichting terug te voeren zijn op de gebrekkige communicatie van HP over de op 13 september 2016 opgetreden blokkade. De Stichting had in de procedure bij het hof betoogd dat de (door
dynamic securityteweeg gebrachte) blokkade van cartridges die niet van HP afkomstig zijn, op zichzelf al onrechtmatig is jegens de Deelnemers, ook los van de daaromtrent door HP aan de hen verstrekte informatie. Daarom is de veronderstelling dat de Stichting geen belang had bij een méér omvattende verklaring voor recht volgens de klacht onbegrijpelijk. In
onderdeel 11.3voegt de Stichting hieraan toe dat het oordeel bovendien in tegenspraak is met hetgeen het hof zelf had overwogen in rov. 3.1 en 3.2, namelijk: dat de Stichting een verklaring voor recht vordert omtrent de handelingen en gedragingen van HP (en niet alleen omtrent de ontoereikende communicatie van HP over de blokkade op 13 september 2016).
dynamic security− hetzij bij aankoop als onderdeel van de daarin geïnstalleerde
firmwarehetzij door middel van een
update− onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de Deelnemers. Hieruit blijkt onmiskenbaar dat het hof zich ervan bewust was dat de gevorderde verklaring voor recht méér omvat dan de (door het hof ontoereikend bevonden) communicatie van HP over de blokkade op 13 september 2016. De klacht van onderdeel 11.3 mist daarom feitelijke grondslag. De beslissing dat de Stichting geen belang had bij een méér omvattende verklaring voor recht vloeit voort uit hetgeen het hof had overwogen met betrekking tot de HP-printers vervaardigd vóór 1 december 2016. Wat betreft de HP-printers, vervaardigd na 1 december 2016, vloeit voort uit hetgeen het hof eerder had overwogen dat het gebruik van
dynamic securityniet per definitie onrechtmatig is en dat de Deelnemers bekend waren met de installatie van de
dynamic securityin deze printers (althans geacht kunnen worden daarmee bekend te zijn). Met dat oordeel is gegeven dat de gevorderde verklaring voor recht niet kon worden toegewezen in een vorm die méér omvat dan waarin zij werd toegewezen. In weerwil van onderdeel 11.2 is dat oordeel niet onbegrijpelijk voor de lezer.
Onderdeel 11.4klaagt dat het hof heeft miskend dat de door de Stichting gestelde schadeposten niet slechts zijn terug te voeren op de gebrekkige communicatie omtrent de blokkade op 13 september 2016, maar ook op andere factoren.
Onderdeel 11.5houdt in dat de afwijzing van een méér omvattende verklaring voor recht blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, omdat deze vordering niet kon worden aangemerkt als een verkapte vordering tot schadevergoeding. Het antwoord op de vraag of de Deelnemers schade hebben geleden als gevolg van de onrechtmatige gedraging van HP, is volgens de klacht niet beslissend en kan daarom niet in de weg staan aan toewijzing. Deze klachten kunnen gezamenlijk worden besproken.
dynamic securityin een printer niet per definitie ongeoorloofd is. HP kan in de redenering van het hof hoogstens aansprakelijk zijn jegens de Deelnemers voor schade als gevolg van het feit dat zij de eigenaren/gebruikers van de desbetreffende HP-printers niet heeft gewaarschuwd en hen onjuist en onvolledig heeft geïnformeerd over de in de printer geïnstalleerde
dynamic securityen de gevolgen daarvan (ten aanzien van de mogelijkheid om niet van HP afkomstige cartridges in die printer te gebruiken). Daarom is niet onbegrijpelijk dat het hof in rov. 3.12 overweegt dat de gestelde schade van de Deelnemers volgens de Stichting is terug te voeren op ontbrekende dan wel gebrekkige communicatie over de blokkade op 13 september 2016 als gevolg van
dynamic security. Doordat de eigenaren/gebruikers niet wisten dat hun printer compatibele cartridges die niet waren voorzien van een
chipvan HP met de actuele code voor authenticatie zou weigeren en omdat zij door de foutmelding onjuist of onvolledig werden voorgelicht, hebben zij zich niet op de blokkade kunnen voorbereiden. Volgens de Stichting heeft hun schade hierin bestaan dat zij de door hen in de printer geplaatste 123inkt-huismerk cartridges hebben weggegooid en vervolgens met andere, nieuw aangeschafte cartridges hebben getracht te printen. Deze schade had volgens de Stichting kunnen worden voorkomen indien HP de gebruikers van HP-printers juist en tijdig zou hebben geïnformeerd. De gebruikers zouden dan de ‘oude’ 123-huismerk cartridges hebben bewaard en niet nogmaals hebben geprobeerd met een 123inkt-huismerk cartridge te printen. Naast de verwijzing naar de schadestaatprocedure ter zake van die schade, bleef geen gedraging van HP meer over waarop een méér omvattende verklaring voor recht nog betrekking zou kunnen hebben. Beide klachten stuiten hierop af.
Onderdeel 11.6bouwt uitsluitend voort op de klachten van onderdeel 3 en deelt het lot daarvan. Het behoeft hier geen verdere bespreking. Mijn slotsom is dat alle klachten van onderdeel 11 falen.
Onderdeel 13is gericht tegen de gevolgtrekkingen in rov. 3.19 en in het dictum. Dit middelonderdeel bouwt uitsluitend voort op de voorgaande klachten. Het behoeft daarom geen afzonderlijke bespreking.
3.Bespreking van het incidenteel cassatieberoep
Onderdeel 1.2bevat hierop gerichte motiveringsklachten.
dynamic securityteweeggebrachte foutmelding (bij gebruik in een HP-printer van cartridges die niet zijn uitgerust met een van HP afkomstige
chip) onjuist en misleidend is. Onder 4.3 heeft de Stichting toegelicht waarom deze foutmelding schade veroorzaakt. Onder 7.1 heeft de Stichting het volgende gesteld:
Uitbreiding vordering. In hoger beroep vordert de Stichting in aanvulling op het in eerste aanleg gevorderde tevens een verklaring voor recht inhoudende dat HP door het voorzien van HP printers met
Dynamic Security, hetzij als onderdeel van de geïnstalleerde firmware bij aanschaf, hetzij door middel van een update van firmware, onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de Deelnemers van de Stichting op de in dagvaarding bedoelde gronden en aansprakelijk is voor de daardoor veroorzaakte schade. De Stichting heeft recht op en belang bij deze verklaring voor recht op grond van het bepaalde in artikel 3:302 BW Pro, nu de Deelnemers onmiddellijk betrokken personen zijn in de rechtsverhouding met HP op grond HP's gebruik van Dynamic Security. De Stichting heeft bovendien ook recht op en belang bij een verklaring voor recht (i) in aanmerking nemende dat de mogelijkheid van schade veroorzaakt door dit onrechtmatig handelen in ieder geval aannemelijk is en (ii) als vorm van genoegdoening voor de Deelnemers en de Stichting. Bovendien is een verklaring voor recht inzake de onrechtmatigheid van HP's handelen relevant, aangezien HP zich in deze procedure steeds op het standpunt heeft gesteld en is blijven stellen dat zij niet onrechtmatig tegenover de Deelnemers heeft gehandeld. Voor zover HP maatregelen heeft getroffen om Dynamic Security ongedaan te kunnen maken, heeft HP dat enkel gedaan om haar moverende commerciële redenen zonder enige juridische gehoudenheid daartoe te erkennen.” [63]
dynamic securityop zich, maar)
de wijze waaropde blokkade werd uitgevoerd onrechtmatig was en schade voor de Deelnemers heeft veroorzaakt. HP kon in haar verweer in hoger beroep daarmee redelijkerwijs rekening houden. HP is in haar memorie van antwoord (onder 80 - 83) ook ingegaan op de stelling van de Stichting dat de foutmelding misleidend zou zijn. De klacht dat HP niet erop bedacht was en niet erop bedacht behoefde te zijn dat de gevorderde verklaring voor recht niet alleen betrekking had op het feit van de blokkade, maar mede betrekking had op de wijze waarop deze was uitgevoerd (waarbij, volgens de Stichting, de gebruiker van de printer door het verstrekken van onjuiste of onvolledige communicatie, als bedoeld in rov. 3.8, op het verkeerde been werd gezet), treft om deze reden geen doel. Onderdeel 1.1 faalt.
onderdeel 1.2.
onderdeel 2.1klaagt HP dat dit oordeel ontoereikend is gemotiveerd. In
onderdeel 2.2voegt zij daaraan toe dat het oordeel van het hof dat HP de gebruikers tijdig en juist over de oorzaak en de oplossing van de blokkade had dienen te informeren, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Het hof miskent dat de informatieplicht van HP (mede) ervan afhangt of, en in hoeverre, de eigenaren/gebruikers van de printers mochten verwachten dat zij in hun printer niet van HP afkomstige cartridges konden gebruiken en of dat gebruik wordt beschouwd als een normaal, redelijkerwijs te verwachten gebruik. Indien het hof dit niet heeft miskend, is het oordeel volgens de klacht in elk geval ontoereikend gemotiveerd.
End User License Agreement(EULA), in de algemene voorwaarden, in de garantievoorwaarden, in de printerdocumentatie en op haar website had geïnformeerd dat het gebruik met andere cartridges dan die van HP voor eigen risico is en dat, indien de printer door het gebruik van deze cartridges schade oploopt, deze schade niet onder de garantie valt. Ook wees HP op een rapport van de Consumentenbond, waaruit zou moeten blijken dat gebruikers geacht moeten te begrijpen dat cartridges afkomstig van andere leveranciers dan van HP niet zijn bedoeld voor gebruik in HP-printers.
firmwaremet
dynamic securityhet gebruik van deze cartridges (op 13 september 2016) van het ene moment op het andere zou blokkeren. Het gestelde ontmoedigen van het gebruik (voor eigen risico) van cartridges die niet van HP afkomstig zijn is niet hetzelfde als het feitelijk onmogelijk maken van printen met zulke cartridges. In de redenering van het hof had het op de weg van HP gelegen om de eigenaren/gebruikers vooraf te informeren over het gebruik van
dynamic securityen de gevolgen daarvan. Het oordeel van het hof, inhoudende dat HP dit heeft nagelaten, is niet onbegrijpelijk: weliswaar had HP gewaarschuwd dat het gebruik van niet van HP afkomstige cartridges voor eigen risico is, maar daarmee was het werkelijke gevolg van
dynamic securitynog niet aan de gebruikers van de printer bekend.
dynamic security, te weten dat het gebruik van zulke cartridges in de HP-printer vanaf een bepaalde datum een foutmelding zou genereren en feitelijk onmogelijk zou worden gemaakt. Wanneer daarna de foutmelding aan de gebruiker onder ogen zou zijn gekomen, had de gebruiker kunnen begrijpen dat de reden van de storing gelegen was in het gebruik van een niet van HP afkomstige cartridge. Door de gebruiker plotseling te confronteren met de foutmelding “Probleem met cartridge” werden gebruikers − in de redenering van het hof − onjuist of onvolledig geïnformeerd. Het argument van HP dat zij slechts de keuze had uit voorgeprogrammeerde teksten van foutmeldingen in de software, staat niet eraan in de weg dat zij de kopers/gebruikers van haar printers vooraf had kunnen inlichten over dit (voor HP voorzienbare) gevolg van
dynamic security. Ook onderdeel 3 faalt.