Uitspraak
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
24 december 2021.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 29 april 2021, welke betrekking heeft op een zaak onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van betrokkene schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bepaald in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De beschikking van de Hoge Raad is uitgesproken op 24 december 2021 door de raadsheren Tanja-van den Broek (voorzitter), du Perron, Makkink en Wattendorff. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee de beschikking van de rechtbank Gelderland in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van de rechtbank Gelderland.