ECLI:NL:HR:2021:1955

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 december 2021
Publicatiedatum
22 december 2021
Zaaknummer
21/04104
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 30p Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 5:17 lid 1 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen beschikkingen rechtbank Rotterdam in Wvggz-zaken

Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen beschikkingen van de rechtbank Rotterdam van 5 juli 2021 en 16 augustus 2021, betreffende toepassing van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De Hoge Raad heeft het geding beoordeeld aan de hand van de processtukken en de conclusie van de Advocaat-Generaal.

De klachten van betrokkene betroffen onder meer de mogelijke schending van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en de overschrijding van de termijn zoals bedoeld in artikel 5:17 lid 1 Wvggz Pro. Ook werd aangevoerd dat de geneesheer-directeur verzuimd zou hebben het zorgplan te beoordelen en dat er verschillen zouden zijn tussen de kennisgeving van de mondelinge uitspraak en de schriftelijke beschikking.

De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet konden leiden tot vernietiging van de bestreden beschikkingen. Daarbij was het niet nodig om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep van betrokkene derhalve verworpen en de bestreden beschikkingen gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene is verworpen en de beschikkingen van de rechtbank Rotterdam zijn gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/04104
Datum24 december 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: M.A.M. Wagemakers,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak C/10/620839 / FA RK 21-4830 van de rechtbank Rotterdam van 5 juli 2021 en 16 augustus 2021.
Betrokkene heeft tegen de beschikkingen van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
De procesinleiding en de aanvullende procesinleiding zijn aan deze beschikking gehecht.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
24 december 2021.