ECLI:NL:HR:2021:198

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 februari 2021
Publicatiedatum
8 februari 2021
Zaaknummer
20/00838
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 9.2 WVW 1994Art. 36e lid 1 sub b onder 2° Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid betekening dagvaarding in hoger beroep bij ongeldig rijbewijs

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep wegens een veroordeling voor rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. De kern van het geschil is de geldigheid van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep.

De dagvaarding was aangeboden op een ander huisnummer dan het laatst bekende woonadres van verdachte, terwijl verdachte niet was ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Volgens artikel 36e lid 1 sub b onder 2° Sv dient de dagvaarding in dat geval op de bekende woon- of verblijfplaats te worden uitgereikt. Uit de stukken bleek echter niet dat de dagvaarding daadwerkelijk op dat adres was aangeboden.

De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof dat de dagvaarding geldig was betekend niet begrijpelijk is. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig. Hiermee wordt de niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hoger beroep onhoudbaar.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/00838
Datum9 februari 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 februari 2020, nummer 23-001977-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.J.J. Hendrikse, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt in de kern over het oordeel van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend (uitgereikt).
2.2.1
Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep. In de uitspraak van het hof, die bij verstek is gewezen, ligt het oordeel besloten dat de verdachte behoorlijk is gedagvaard.
2.2.2
Bij de beoordeling van het cassatiemiddel moet het volgende worden vooropgesteld. Indien de niet-gedetineerde verdachte niet staat ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP), maar van hem wel een woon- of verblijfplaats bekend is, dient uitreiking van de dagvaarding op grond van artikel 36e lid 1, sub b onder 2° van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) op dat adres plaats te vinden.
2.2.3
De inhoud van de voor de beoordeling van het cassatiemiddel van belang zijnde stukken is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4. Kort samengevat volgt daaruit het volgende. De verdachte stond ten tijde van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep niet ingeschreven op een adres in de BRP, maar van hem was op dat moment wel een woon- of verblijfplaats bekend, te weten [a-straat 1] te [plaats]. Dit adres is in het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep ook vermeld als het adres van de verdachte. Uit de stukken volgt evenwel niet dat de dagvaarding in hoger beroep ter uitreiking is aangeboden op dat adres van de verdachte.
2.3
In het licht van het voorgaande is het oordeel van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend, niet begrijpelijk.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 februari 2021.