ECLI:NL:HR:2021:205
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een besluit van de Sociale verzekeringsbank op grond van de Algemene Ouderdomswet. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is.
Uit de procedure blijkt dat het beroepschrift op 1 juli 2020 is ontvangen, terwijl de termijn van zes weken na verzending van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep op 16 april 2020 eindigde. Hierdoor is het beroepschrift niet tijdig ingediend volgens artikel 6:7 Awb Pro en ook niet volgens artikel 6:9, lid 2, Awb.
Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om redenen aan te voeren voor de overschrijding, maar deze waren niet voldoende om het verzuim te rechtvaardigen. De Hoge Raad verklaart daarom het beroep in cassatie niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.