Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
16 februari 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen de verdachte, geboren in 1978, ging het om babbeltrucs waarbij (hoog)bejaarde vrouwen slachtoffer werden van medeplegen van diefstal en poging tot oplichting. De verdachte stelde in cassatie diverse klachten in tegen de bewezenverklaring en de toegepaste schakelbewijsconstructie, welke door de Hoge Raad niet ontvankelijk werden verklaard.
De Hoge Raad oordeelde wel dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, mede doordat stukken te laat door het hof werden ingezonden en de cassatieprocedure meer dan zestien maanden duurde terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zes jaar naar vijf jaar en zes maanden.
Daarnaast vernietigde de Hoge Raad het deel van het hofarrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van de slachtoffers. In plaats daarvan kan gijzeling van gelijke duur worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de gevangenisstraf naar vijf jaar en zes maanden en vernietigt het deel over vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen.