Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelkomt met diverse (bewijs)klachten op tegen (een aantal van) de onder 2, 3, 5 en 6 bewezenverklaarde feiten die verband houden met zes van de twaalf babbeltruczaken.
Deelklacht I: de bewezenverklaring van feit 2 onder b – zaak 2.3
proces-verbaal van aangifted.d. 12 juni 2017 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2017158555-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 150 e.v.):
[slachtoffer 1], geboren [geboortedatum] 1932, wonende [a-straat 1] te [plaats] :
proces-verbaal uitkijken camerabeelden" [A] " d.d. 13 juni 2017 van de Districtsrecherche Den Haag-Zuid met nr. 26, onderzoek […] / DH3R017057. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 162 e.v.):
proces-verbaal vergelijkend onderzoek inbeslaggenomen kleding 2.3d.d. 14 juni 2017 van de Districtsrecherche Den Haag-Zuid met nr. 47, onderzoek […] / DH3R017057. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 166-167):
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar:
proces-verbaal van verhoor verdachted.d. 14 juni 2017 van de Districtsrecherche Den Haag-Zuid met nr. 42 in het onderzoek […] / DH3R017057. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 33 e.v.)
verdachte:
Bewijsoverweging
“gegeven”. Aldus kan uit die bewijsvoering niet worden afgeleid dat die pinpas is “
weggenomen”. Deze klacht faalt (evident). Voor “wegneming” in de zin van art. 310 Sr Pro is vereist dat de dader zich een zodanige feitelijke heerschappij over dat goed heeft verschaft dan wel dit zodanig aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken, dat de wegneming van het goed als voltooid kan gelden. [5] Dat dit het geval is geweest, volgt (niet onbegrijpelijk) uit de bewijsvoering van het hof.
onderdeelvan het bewijs. [10] Voor zover de klacht niet reeds daarom faalt, acht ik het oordeel van het hof dat de modus operandi in deze zaak overeenkomt met die in zaak 2.1 ook overigens niet onbegrijpelijk. In die zaak heeft het hof immers vastgesteld dat – net als in zaak 2.3 – de modus operandi omschreven onder I, II, III en V aanwezig is. [11]
I. Het hof wijst toe het verzoek tot het horen van (…) [slachtoffer 2] , (…) als getuige.Het hof bepaalt dat zij door de raadsheer-commissaris in dit gerechtshof zullen worden gehoord, met dien verstande dat eerst bij de getuigen dient te worden geverifieerd of een verhoor – met het oog op de leeftijd van de getuigen – mogelijk en verantwoord is.
De raadsheer-commissaris constateert:
Niet ondervraagde getuigen
[slachtoffer 2] (zaak 2.5), (…).
waaronder [slachtoffer 2] , D.P.) zijn niet door de RHC gehoord, omdat het gegronde vermoeden is ontstaan dat hun gezondheid/welzijn door het afleggen van hun verklaring in gevaar wordt gebracht (zie pvb RHC). Deze 3 getuigen zijn ten onrechte niet gehoord, zo stelt de verdediging. Het gevaar voor de gezondheid/het welzijn van deze getuigen is onvoldoende onderbouwd. Er is contact met hen geweest (direct of indirect) en zij hebben, kort gezegd, zelf laten weten angstig te zijn of psychisch last te hebben van een getuigenverhoor. Dat is gebrekkig onderbouwd; zo is er geen medische of psychische informatie over hen opgevraagd. Ook is er geen derde (zoals een medicus) ingeschakeld om hierover informatie in te winnen. Verder is geen blijk gegeven van een concrete belangenafweging in deze gevallen, te weten het belang van de verdediging om hen te horen tegenover het belang van de getuige. Dat is het eerste punt en verweer van de verdediging over deze 3 niet gehoorde getuigen.
Het ondervragingsrecht
feit 3, D.P.), 2.11 en 2.13 niet kunnen uitoefenen. Er is onvoldoende onderbouwd dat een verhoor van de aangeefsters in de zaken 2.2, 2.5 en 2.11 niet mogelijk was omdat hun gezondheid/welzijn dat niet toeliet. Niet is gebleken van de vereiste belangenafweging.
(2.5)
proces-verbaal van aangifted.d. 12 juni 2017 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2.017120095-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 183 e.v.):
proces-verbaal van bevindingend.d. 14 juni 2017 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2017120095-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar:
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar:
proces-verbaal van bevindingend.d. 13 juni 217 van de Districtsrecherche Den Haag-Zuid met nr. 35 in het onderzoek. […] / DH3R017057. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 189 e.v.) :
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar:
proces-verbaal vergelijkend onderzoek inbeslaggenomen kleding2.5 d.d. 14 juni 2017 van de Districtsrecherche Den Haag-Zuid met nr. 49 documentcode 2017151448. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 192 e.v.):
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar:
proces-verbaal van verhoor verdachted.d. 14 juni 2017 van de Districtsrecherche Den Haag-Zuid met nr. 42 onderzoek […] / DH3R017057. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 33 e.v.):
het hof begrijpt: de in bewijsmiddel 26 opgenomen foto's) Waar ben jij op dat moment?
“op essentiële onderdelen voldoende steunbewijs [is], waaronder schakelbewijs”en dat er derhalve “
geen noodzaak voor het bieden van compenserende maatregelen” is, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. De klacht faalt in zoverre.
(2.11)
proces-verbaal aangifted.d. 23 april 2017 van de politie Eenheid Rotterdam met nummer PL1700-2017125328-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 526 e.v.):
Aanvraag forensisch onderzoek PD algemeend.d. 21 april 2017 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2017125328-1. Deze aanvraag houdt onder meer in (blz. 533-534):
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar:
proces-verbaal Onderzoek stuk van overtuigingd.d. 22 april 2017 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2017125328-3. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 535-536):
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar:
proces-verbaal van bevindingend.d. 31 mei 2017 van de Districtsrecherche Rotterdam-Stad met nr. 2017125328, documentcode 1705311310 AMB. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 537 e.v.) :
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar:
het hof begrijpt: van [B])
proces-verbaal van bevindingend.d. 21 juni 2017 van de Districtsrecherche Rotterdam-Stad met nr. 2017125328, documentcode 1706151609.AMB. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 546 e.v.) :
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar:
“gegeven”en dat derhalve geen sprake is van “
wegneming”van de pinpas met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Gelet op hetgeen ik onder randnummer 11 heb besproken én gezien de bewijsvoering van het hof in deze zaak, faalt deze klacht evident.
(2.13)
proces-verbaal aangifted.d. 20 mei 2017 van de Politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2017138358-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 585 e.v.):
[slachtoffer 5]geboren op [geboortedatum] 1929, wonende [h-straat 1] te [plaats] :
proces-verbaal van verhoor aangeefsterd.d.24 mei 2017 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2017138358-7. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 596 e.v.):
[slachtoffer 5]:
proces-verbaal van bevindingend.d. 20 mei 2017 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2017138358. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 595):
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar:
proces-verbaal Onderzoek stuk van overtuigingd.d. 20 juni 2017 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2017138358-6. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 607 e.v.):
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar:
proces-verbaal aanvraag DNA-onderzoeksporen en benoeming DNA-deskundige d.d. 27 juni 2017 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2.017138358-6. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 609 e.v.):
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar:
rapport van het Nederlands Forensisch Instituutd.d. 14 augustus 2017, opgemaakt door [betrokkene 1] . Dit rapport houdt onder meer in (bl. 614 e.v.):
weggenomen”. Daarnaast wordt geklaagd dat uit deze bewijsvoering niet volgt dat de bankpas van de aangeefster [slachtoffer 5] ook daadwerkelijk is overhandigd aan de man die ’s avonds via de portiek-intercom aanbelde, dat het de verdachte, dan wel de medeverdachte was die de aangeefster [slachtoffer 5] op 23 mei 2017 heeft gebeld en/of bij haar heeft aangebeld en de bankpas en pincode bij haar heeft opgehaald, noch dat de verdachte, tezamen en in vereniging met een ander € 1.250,- heeft gestolen met gebruikmaking van die bankpas en pincode.
nietaan haar toebehorende telefoon is gevonden waarop DNA-sporen van de verdachte zijn aangetroffen, waarvoor de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven, en
”
(2.14)
proces-verbaal aangifted.d. 17 april 2017 van de politie Eenheid Midden-Nederland met nr. PL0900-20171114809-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 620 e.v.):
[slachtoffer 6], geboren op [geboortedatum] 1940, wonende [i-straat 1] te [plaats] :
proces-verbaal van verhoor van getuigend.d. 23 november 2018 van de raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij het gerechtshof Den Haag. Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
[slachtoffer 6]:
proces-verbaal van bevindingend.d. 17 april 2017 Eenheid Midden-Nederland met nr. PL0900-2017114809-2. verbaal houdt onder meer in (blz. 617 e.v.):
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar [verbalisant 2] :
proces-verbaal van bevindingend.d. 27 juni 2017 van de politie Basisteam Utrecht-Noord met nr. 2017114809, onderzoek 31babbel17. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 628-629):
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar:
proces-verbaal Stemherkenningverdachte [verdachte] d.d. 25 juli 2017 van de Districtsrecherche Den Haag-Zuid met nr. 109, onderzoek […] / DH3R0170057. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 636) :
relaasvan de betreffende opsporingsambtenaar:
“ [naam] ”van de politie. Die laatste man wilde – kort gezegd – de pincode van de aangeefster ontfutselen. Met die man heeft een verbalisant – die zich daarbij voordeed als de zoon van de aangeefster – ook gesproken. Vervolgens is de aangeefster – via hetzelfde nummer als dat waarvan die [naam] haar had gebeld – gebeld door iemand die zich voordeed als iemand die werkzaam was bij de ING-bank en ook hij wilde haar haar pincode ontfutselen. De aangeefster heeft over die laatste persoon verklaard dat zij zeker wist dat dit dezelfde man was die zich voordeed als politieagent (zie de bewijsmiddelen 54 en 56). Vervolgens is in het gesprek dat de verbalisant (die zich voordeed als de zoon van de aangeefster) had met voornoemde [naam] , de stem van de verdachte herkend (zie: bewijsmiddel 58). Het hof heeft in dit kader overwogen dat “
nu de aangifte geen aanwijzingen bevat dat de man in de woning dezelfde man was als de man die de aangeefster belde […] het hof ervan uit[gaat] dat, evenals in een aantal andere zaken het geval is, bij de feiten twee mannen betrokken zijn geweest”.
(2.16)
proces-verbaal aangifted.d. 2 juni 2017 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2017150208-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 656 e.v.):
[slachtoffer 7], geboren op [geboortedatum] 1934, wonende [j-straat 1] te [plaats] :
proces-verbaal van verhoor van getuigend.d. 8 november 2018 van de raadsheer-commissaris belast met strafzaken in het Gerechtshof Den Haag. Dit proces-verbaal houdt onder meer in:
[slachtoffer 7]:
proces-verbaal vergelijkend onderzoekModus Operandi d.d. 25 juli 2017 van de Districtsrecherche Den Haag-Zuid met nr. 108, onderzoek […] /DH3R0170057. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 665 e.v.):
het hof begrijpt: [verdachte]) goed binnen deze omschrijving zou kunnen vallen.”
“ [naam] ”van de politie noemde. Dit betrof volgens de aangeefster de man die eerder in haar woning was. Dit betreffen alle specifieke kenmerken van de onderhavige modus operandi. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat een verbalisant in het onderhavige onderzoek heeft vastgesteld dat de verdachte goed binnen het door de aangeefster opgegeven signalement van de verdachte zou kunnen vallen.
tweede middelklaagt dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.
derde middelklaagt dat het hof ten aanzien van de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen ten onrechte vervangende hechtenis heeft opgelegd.