Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, bestaande uit twee B.V.'s, maakte beroep in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 april 2019. Het geschil betrof een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 mei 2015 en een beschikking op een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting over juni 2015.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad vond geen aanleiding om inhoudelijk op de middelen in te gaan, omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard.