Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:303

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 februari 2021
Publicatiedatum
25 februari 2021
Zaaknummer
20/01567
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieWet waardering onroerende zaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in geschil over WOZ-beschikking 2017

Belanghebbende heeft in hoger beroep geprocedeerd tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) voor het jaar 2017 betreffende een onroerende zaak te Amsterdam. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 24 maart 2020 uitspraak gedaan in deze zaak.

Belanghebbende heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van dit beroep onderzocht en daarbij ook het advies van de procureur-generaal betrokken.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en heeft daarom op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.

Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 26 februari 2021 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/01567
Datum26 februari 2021
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 24 maart 2020, nr. 18/00539, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 17/5755), betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor het jaar 2017 betreffende de onroerende zaak Bouvigne 8-3 te Amsterdam.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet–ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2021.