Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
2 maart 2021.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Echter zijn namens de verdachte geen cassatiemiddelen (schriftelijke klachten) ingediend bij de Hoge Raad, zoals wettelijk vereist binnen de gestelde termijn. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Hoge Raad heeft vervolgens het beroep van de verdachte niet in behandeling genomen, omdat het ontbreken van cassatiemiddelen betekent dat niet aan de procesvereisten is voldaan. Dit volgt uit artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad heeft het beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof blijft daarmee in stand. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.