Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
2 februari 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon met de Chileense nationaliteit aan de Verenigde Staten wegens verdenking van fraude en identiteitsdiefstal. De rechtbank Rotterdam had eerder het uitleveringsverzoek toegewezen. De opgeëiste persoon stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van de opgeëiste persoon niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president van den Brink als voorzitter en de raadsheren Buruma en van Strien, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 2 februari 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitleveringsuitspraak van de rechtbank Rotterdam blijft in stand.