ECLI:NL:HR:2021:358
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslag 2016
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 17 september 2020, waarin het hoger beroep was behandeld over de voor het jaar 2016 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Daarbij is geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 12 maart 2021 in het openbaar gewezen door de raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.