Uitspraak
wonende te [woonplaats], Duitsland,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
12 maart 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De werkneemster was in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en vordert betaling van loon over september 2014, dat volgens haar niet is betaald. De kantonrechter stond de werkgever toe bewijs te leveren dat het loon wel contant was betaald en wees na het horen van getuigen de loonvordering af.
De werkneemster verzocht om heropening van het getuigenverhoor om een oud-collega te laten horen die haar stelling zou ondersteunen. Dit verzoek werd door de kantonrechter zonder motivering afgewezen. De Hoge Raad oordeelt dat dit vonnis niet voldoet aan het motiveringsvereiste van artikel 80 lid 1 onder Pro a RO, omdat het belang van waarheidsvinding en het recht om aanvullende getuigen te horen niet zijn afgewogen.
De Hoge Raad verklaart de werkneemster niet-ontvankelijk in het beroep tegen het eerste vonnis, vernietigt het eindvonnis en verwijst de zaak terug naar de kantonrechter voor verdere behandeling. De beslissing over de kosten in cassatie wordt gereserveerd.
Uitkomst: Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van het verzoek tot heropening van het getuigenverhoor en de zaak wordt terugverwezen.