Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
23 maart 2021.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar heeft geen cassatiemiddelen ingediend zoals wettelijk vereist. De advocaat-generaal concludeerde daarom dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard moest worden.
De Hoge Raad toetste de ontvankelijkheid van het beroep en constateerde dat de wettelijke termijn voor het indienen van cassatiemiddelen niet was nageleefd. Hierdoor kon het beroep niet inhoudelijk worden behandeld.
Op 23 maart 2021 heeft de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.