ECLI:NL:HR:2021:485

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2021
Publicatiedatum
26 maart 2021
Zaaknummer
20/00581
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 125i SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
9 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging van niet definitieve digitale gegevens na beslag in zaak valsheid in geschrift en oplichting

In deze zaak is door de klagers beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv. De klagers hadden verzocht om vernietiging van digitale gegevens die tijdens een doorzoeking waren vastgelegd op grond van artikel 125i Sv.

De rechtbank had het verzoek gedeeltelijk gegrond verklaard voor zover het betrof niet definitieve en niet volledig uitgefilterde kopieën van het digitale beslag, maar had nagelaten de in artikel 552a lid 10 Sv bedoelde last tot vernietiging te geven. De Hoge Raad oordeelt dat dit verzuim terecht is geklaagd en herstelt dit door de vernietiging van deze gegevens te gelasten.

De overige klachten van de klagers tegen de uitspraak van de rechtbank worden door de Hoge Raad verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De Hoge Raad gelast vernietiging van niet definitieve en niet volledig uitgefilterde kopieën van digitaal beslag en verwerpt het beroep voor het overige.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/00581 Bv
Datum30 maart 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 19 november 2019, nummers RK 16/8620, RK 16/8621 en RK 16/8622, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[belanghebbende 1],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
[belanghebbende 2] (thans [A]),
gevestigd te Almere,
en
[belanghebbende 3],
gevestigd te Almere,
hierna: de klagers.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking in de beklagzaak met zaaknummer 20/00581 Bv, doch uitsluitend ten aanzien van de daarin genomen beslissing tot opheffing van het beslag en dat de Hoge Raad, doende wat de rechtbank had behoren te doen, de vernietiging van de nog niet uitgefilterde kopieën zal bevelen, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de rechtbank, die het beklag gedeeltelijk gegrond heeft verklaard, heeft verzuimd de in artikel 552a lid 10 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) bedoelde last te geven.
2.2
Artikel 552a leden 2 en 10 Sv luidt:
“2. De belanghebbenden kunnen schriftelijk verzoeken om vernietiging van gegevens, vastgelegd tijdens een doorzoeking of op vordering verstrekt.
(...)
10. Acht het gerecht het beklag of het verzoek gegrond, dan geeft het de daarmede overeenkomende last.”
2.3
Het klaagschrift bevat een verzoek als bedoeld in artikel 552a lid 2 Sv tot vernietiging van de (digitale) gegevens die op grond van artikel 125i Sv zijn vastgelegd tijdens de doorzoeking van het aan het [b-straat] te [plaats] gelegen kantoorpand van de klagers. De rechtbank heeft blijkens de beschikking, zoals weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 9.7, dat verzoek gedeeltelijk gegrond verklaard, namelijk voor zover het betreft “de niet definitieve en niet volledig uitgefilterde kopieën van het digitale beslag (de A en B kopieën van de op het [b-straat] in beslag genomen server)”.
De rechtbank heeft echter verzuimd de in artikel 552a lid 10 Sv bedoelde last te geven. De klacht is terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal dit verzuim herstellen.

3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- gelast de vernietiging van “de niet definitieve en niet volledig uitgefilterde kopieën van het digitale beslag (de A en B kopieën van de op het [b-straat] in beslag genomen server)”;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 maart 2021.