Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
6 april 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de aanvrager werd veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor meervoudige poging tot doodslag en bedreiging. Het hof oordeelde dat verdachte op 18 juni 2017 in Arnhem twee personen met een mes ernstig verwondde en bedreigde.
De verdediging voerde aan dat verdachte handelde uit noodweer of noodweerexces, omdat hij door de aangevers was aangevallen. Het hof verwierp dit verweer, onder meer omdat getuigen geen aanval bevestigden en het letsel van verdachte niet overeenkwam met zijn verklaringen. Het hof concludeerde dat verdachte de grenzen van noodzakelijke verdediging ver overschreed.
De aanvraag tot herziening berustte op een WhatsApp-gesprek van ruim zeven maanden voor het incident, waarin de moeder van een slachtoffer dreigde met verklaringen tegen de verdachte. De Hoge Raad oordeelde dat dit gesprek weinig zeggend en niet gedetailleerd was en geen ernstig vermoeden wekte dat het onderzoek tot vrijspraak of ontslag had kunnen leiden.
Daarom werd de aanvraag tot herziening afgewezen. De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere veroordeling voor poging tot doodslag en bedreiging.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag en bedreiging.