ECLI:NL:HR:2021:50
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2012-2014
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2012, 2013 en 2014. Het hof had het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag afgewezen.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij is geen inhoudelijke motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast zijn wrakingsverzoeken van belanghebbende afgewezen en is bepaald dat verdere wrakingsverzoeken niet in behandeling worden genomen. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Het arrest is op 15 januari 2021 in het openbaar gewezen door raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.