ECLI:NL:HR:2021:529

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 april 2021
Publicatiedatum
8 april 2021
Zaaknummer
20/00002
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 143 lid 2 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt tijdigheid verzet tegen verstekvonnis ondanks vermoeden van daad van bekendheid advocaat

In deze civiele zaak heeft eiseres cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het verzet tegen een verstekvonnis werd beoordeeld. De gezamenlijke erfgenamen van wijlen betrokkene waren in hoger beroep verstek gebleven. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland en het arrest van het hof voor het gedingverloop in de feitelijke instanties.

De kern van het geschil betrof de vraag of het verzet tegen het verstekvonnis tijdig was ingediend, mede gezien het vermoeden van een daad van bekendheid van de veroordeelde door de handelwijze van diens advocaat buiten rechte, zoals bedoeld in artikel 143 lid 2 Rv Pro. De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om haar oordeel nader te motiveren omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep is verworpen, en eiseres is veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de verweerders nihil zijn begroot.

Het arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.J. Kroeze op 9 april 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/00002
Datum9 april 2021
ARREST
In de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
de gezamenlijke erfgenamen van wijlen [betrokkene 1],
bij leven wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/19/116472/HA ZA 16-203 van de rechtbank Noord-Nederland van 16 november 2016;
het vonnis in de zaak C/19/120008/HA ZA 17-172 van de rechtbank Noord-Nederland van 8 augustus 2018;
het arrest in de zaak 200.249.768/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 oktober 2019.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
9 april 2021.