Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2012.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Ondanks een herinnering en de mogelijkheid om een verklaring te geven voor het niet betalen, heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2021.