ECLI:NL:HR:2021:57
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland en een hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kunnen leiden. Omdat de beoordeling van deze middelen geen vragen betreft die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was een nadere motivering niet vereist volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand en wordt de naheffingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft in stand.